Zwaartekracht op de wip

Ik laat aan de kinderen een diagram zien van de valproef van vorige week. Ruim 20 groepjes hebben 2 tennisballen, een zware en een lichte bal, 175 keer laten vallen. De kinderen hebben goed gekeken welke bal als eerste de grond raakte. Alle 175 valproeven zijn verzameld en opgeteld:

  • 74 keer vielen de ballen even snel,
  • 64 keer raakte de zware bal de grond het eerst en
  • 37 keer was de lichte bal het snelst  beneden.

20151014_143248-bEen jongen trek de conclusie: “Dus de ballen vallen even snel“. Ja, dat zou je kunnen zeggen, maar waarom zouden die dan niet altijd tegelijk op de grond vallen? “Misschien wordt de ene bal 1 centimeter hoger vastgehouden“,  “De ballen worden niet tegelijk losgelaten…?“, “Het is heel moeilijk te zien of ze te gelijk op de grond komen“, “Ja, je moet een slow motion opname maken“, “met, hoe heet dat ook alweer… ..een high speed camera“. Ja, de proef zou opnieuw en beter uitgevoerd moeten worden, maar vandaag gaan we verder met andere proeven.
(Zie ook Willem Wever: vallen zwaardere dingen sneller?)

20151014_143237-bStraks gaan we met vuur werken, daarom spreken we samen eerst af wat wel en niet mag met vuur. En kids met los lang haar moeten een paardenstaart in. Ik heb felgekleurde haarelastiekjes bij me. Wie lang los haar heeft moet een paardenstaart maken en mag het haarelastiekje houden. Een meisje maakt gauw haar haar los, een aantal jongens met kort haar willen ook wel een paardenstaart (elastiekje).

P1040040-b P1040019-b P1040022-b 20151014_145430-b

B. snelste route-bWe gaan verder met de proef van vorige week: Wat is de snelste route de berg af? De korte rechte weg naar beneden of de lange steile weg naar beneden? Een week geleden hebben enkele kinderen geprobeerd een model te maken met 2 pvc-buizen. Dit bleek niet zo goed te werken. Daarom proberen we het deze week met karton.
In groepjes van 2 of 3 gaan de jongens en meisjes enthousiast aan de slag. Met tape worden de stroken karton aan de rand van de doos geplakt. Dat is nog best moeilijk. De stroken worden ook aan de vloer of tafel geplakt, Zo ontstaat er een rechte korte weg en een lange steile weg. Twee even grote knikkers worden uitgezocht en die kunnen nu van de banen afrollen. Dat is leuk. Sommige kinderen zien het al direct “De steilste lange route is de snelste route“, omdat … “… de knikker krijgt op het steile stuk al heel veel vaart”, Dat haalt de andere knikker nooit meer in. Twee jongens komen zelf op het idee om het te filmen (zie hieronder).

stap-4De tijd gaat snel. De eerste jonge onderzoekers beginnen vlug met de zwaartekrachtwip. Daar heb je  veel spullen, handigheid en inzicht voor nodig. Met een hamer wordt een dikke ijzerdraad in een kurk geslagen. Dat lukt nog wel, maar hoe sla
je het ijzerdraad aan de andere kant erin?
Daarna moet midden door de kurk een opengevouwen paperclip worden geduwd. “Meester het luk niet“. Als duwen niet lukt moet je draaien! Nu gaat het stuk sneller. Met een combinatietang wordt een stuk van de paperclip afgeknipt. Er wordt hard geknepen met de tang, maar er gebeurd niets. Kijk eens goed naar de tang, waar zit het knipgedeelte? “O ja, onderaan.” En met een beetje wrikken gaat het nu wel.
P1040047-b Met een aansteker steken de kinderen een theelichtje aan. Dat is leuk, jammer dat je niet met het vlammetje mag spelen. Het uiteinde van het ijzerdraadje wordt verhit in het vlammetje en daarna kan de kaars erop gestoken worden. Bij de eerste groep gaat dat niet zo goed. Het kaarsvet aan de achterkant breekt steeds af en er zijn veel kaarsjes nodig om de wip af te maken. Voor de andere groepen heb ik tape om de achterkant van de kaarsjes gewikkeld. Het kaarsvet kan zo niet meer afbreken. P1040027-bDe wip wordt met 2 paperclips  op 2 glazen gezet. Als iedereen klaar is en de ouders er zijn. kunnen de kinderen de kaarsjes aansteken. “Meester er gebeurt niets“, maar naar een paar minuten begint de wip te zwaaien. Sommige langzaam en andere heel snel. Hoe kan dat? 20151014_152529-bWeet ik niet.” Wat zie je gebeuren? “Hij gaat heen er weer” “door de zwaartekrach…t?” “Er druppelt kaarsvet af” “Ja, dan gaat die omlaag” Omdat er een druppel kaarsvet van de kaars valt wordt het kaarsje iets lichter dan het andere kaarsje. Het lichte kaarsje gaat omhoog. Nu druppelt er kaarsvet van het andere kaarsje, nu wordt deze weer lichter en zo gaat het maar door.

Share Button