Categorie archief: Volta

kleuren mengen

stiften2De stiften3vorige keer hebben de kinderen viltstiften met nijptangen gekraakt. “Ja, dat is vet.” Het openbreken met tang ging soms makkelijk en soms heel moeilijk. Het was erg belangrijk dat de kinderen de juiste plek vonden om de viltstift open te knippen. Met een pincet werd de vulling uit de stift gehaald. Daarna moest de vulling door midden geknipt worden. Dat vonden de kinderen best moeilijk. “De vulling zit klem tussen me schaar.” De kinderen moesten ook erg uit kijken dat ze geen blauwe of rode handen kregen, Nadat de vullingen door midden zijn geknipt worden ze in een flesje met water gezet. Na twee weken zat al de kleurstof uit de vullingen in het water.

P1040788P1040797De kleurstoffen werden met een druppelaar verdeeld over de druppelflesjes van de kinderen. “Mogen we de flesje mee naar huis nemen?” het verdelen moet zonder te morsen en heel eerlijk gebeuren. “Mijn druppelaar doet het niet.” De druppelaar is lek. Dat werkt niet en het wordt zo gauw een knoeiboel. Die druppelaar mag weg. Met een nieuwe gaat het een stuk beter. Tussen door wordt de druppelaar gespoeld met schoon water, daarbij moet het schone water schoon blijven en mag de kleurstof alleen in het spoelbakje komen. “Meester hoe kan het, dat de druppelaar niet volloopt als ik hem in het water steek?”

P1040794Bij de volgende opdracht maken de meisje en jongens in reageerbuisjes een verdunning van de rode, gele en blauwe kleurstof. De kinderen kunnen de 3 gekleurde verdunningen met elkaar mengen. Er ontstaan mooie kleuren. “Kijk, het wordt oranje als je rood en geel mengt.”  Met rood en blauw wordt het paars en blauw en geel: groen. De proeven wordt vastgelegd in een labverslag. Zo kan je later zien hoe je een kleur maakt. Daarna mogen er allerlei andere kleuren worden gemengd. Hier zie je duidelijk de voorkeur voor bepaalde kleuren ontstaan. Bij het ene groepen zie je allemaal oranje-bruine kleuren, bij andere diverse groen. Andere kinderen verdiepen zich juist in zo licht mogelijke kleuren “Ik heb wit gemaakt,” Is het echt wit of is het doorzichtig, transparant? “Nee, het is geen wit. Het is doorzichtig.” Bij een ander groepje zie je juist hele donkere kleuren ontstaan.

P1040793Als de ouders komen wordt trots het resultaat getoond, maar helaas daarna moeten de buizen worden geleegd. “Kunnen we de kleuren niet bewaren?”
Gelukkig helpen de meeste vaders en moeders mee met opruimen.

 

 

Share Button

Touwtje springen met een zetmeelmolecuul

wp-P1040203Wie weet nog wat we vorige week hebben gedaan? “Eh, ik weet het niet meer“, “We hebben zetmeel gemaakt” uit aardappelen. En zetmeel aangetoond met jodium. “Ja, nu weet ik het weer“. Ook kwamen we tijd te kort, we zouden nog gaan schilderen met jodium en vitamine-C. Voordat we gaan schilderen doen we eerst een proefproefje. Alle kinderen vullen een glas met water en de groepjes komen met een bord langs. Op een bord wordt een lepeltje druivensuiker, poedersuiker en zetmeel geschept. Als iedereen zit, vertel ik dat het allemaal suiker is en dat ze van alles een beetje mogen proeven. Tussendoor wel een slokje water nemen.
wp-P1040214Hm, lekker“, hoor ik om mij heen. “Bah, dat is echt smerig” hoor ik even later en monden moeten worden gespoeld. Zo vies is aardappelmeel nu ook weer niet.
Ik vraag welke van de drie is het zoets. De meeste kinderen vinden de druivensuiker het zoets, dan de poedersuiker. Zetmeel is helemaal niet zoet, het is vies. Toch is het ook suiker. Met paperclips wordt het uitgelegd. Alle groepjes krijgen een doosje met 100 paperclips. Ze mogen er een wp-P1040208lange ketting van rijgen. Vol enthousiasme beginnen de kinderen te rijgen. Als de ketting al een flink opschiet komt de uitleg: Elke paperclip is een model voor suiker. Druivensuiker bestaat precies uit één suikermolecuul (suikerdeeltje). Als je twee suikermoleculen (twee paperclips) aan elkaar rijgt, dan krijg je gewone (poeder)suiker. Als je 10.000 suikermoleculen aan elkaar rijgt dan heb een zetmeelmolecuul gemaakt. “10.000? Dat zijn wel 10 doosjes“, “Nee, dat zijn 100 doosjes” . Na de uitleg wordt de rest van de paperclips aan elkaar geregen. Nu kan je er touwtje mee springen: Touwtje springen met een zetmeelmolecuul. Dit is wel een heel leuk proefje.

wp-P1040209Na het suiker rijgen, maken de kinderen opnieuw een vitamine-C oplossing. Dat hebben ze vorige week ook al gedaan. Ook verdunnen ze jodium met wat water. Met de verdunde gele jodium kan je schilderen op papier. Het papier wordt paars. Hoe komt dat? “?” Waar kleurt jodium blauw, paars, zwart mee? “Met zetmeel, er zit zetmeel in het papier“. Met een föhn worden de blaadjes gedroogd. En nu kunnen de kinderen schilderen met de wp-P1040222vitamine-C oplossing. Het paars wordt nu weer wit. Dat is leuk. Er worden mooie vliegtuigen, kerstbomen getekend, … en namen geschreven. “Ik heb hem weer helemaal wit gemaakt“, wordt lachend gezegd. Een jongen heeft wat jodium op zijn T-shirt gemorst. Er zit een  bruine vlek op zijn mouw. Gelukkig kan je die je weer met vitamine-C weer helemaal schoon krijgen.
Na het schilderen is het uur al weer bijna om. Er kan alleen nog een half proefjes worden gedaan en dan staan de ouders al weer te wachten.

wp-P1040212 wp-P1040211 wp-P1040220

Share Button

Zetmeel maken voor de klokreactie

Vorige keer hebben de kinderen een onderzoek gedaan naar de echtheid van het amandelspijs in banketstaven. Als er bonen zaten in het spijs, dan werd het spijs met jodium zwart. Daar gaan we deze week mee verder: met jodium en zetmeel.

wp-P1040198Op een keukenrasp proberen de kinderen een aardappel te raspen. Daar blijkt nog veel techniek en motoriek bij te pas te komen: de rasp moet goed liggen, je moet op de aardappel drukken, maar ook niet te hard, de goede kant op raspen. “Het gaat niet“, als je staat gaat het al veel beter en … “meester ik heb bloed” je moet niet in je vingers raspen. En tenslotte hoor ik weer als we iets met eten doen: “het stinkt“.

wp-P1040187De geraspte aardappelen worden gemengd met water, geroerd en door een zeef gegoten. Nu moet het aardappelnat 10 minuten blijven staan. Met een klokje wordt de tijd bijgehouden. Het klokje is voor sommige kinderen zo spannend dat ze er niet van af kunnen blijven. Tijdens het wachten maken ze de gebruikte spullen schoon en lossen ze een vitamine-C tablet op. “Hmm, dat ruikt lekker”, “Mogen we het opdrinken?” Helaas, vandaag wordt er niets gegeten en gedronken.
wp-P1040184Na 10 minuten zie je onder in het aardappelnat een beetje wit zetmeel liggen. Het aardappelnat wordt afgegoten en er wordt kokend water aan het zetmeel toegevoegd. “we hebben lijm gemaakt“. De lijm wordt verdund met water.
Bij een beetje zetmeel-oplossing en het aardappelnat wordt wat jodium toegevoegd. Het zetmeel kleurt mooi blauw, “het is inkt geworden“, Het aardappelnat kleurt niet blauw, alle zetmeel is er blijkbaar uitgehaald. Het schuimt wel heel erg en “Het lijkt wel appelsap“. Dit laatste is goed opgemerkt. Aardappelen en appels zijn wit als je doorsnijdt en beide kleuren bruin als je ze rasp. Het is precies hetzelfde proces.
wp-P1040185
Tenslotte wordt in een bekerglas jodium en vitamine-C bij elkaar gegoten en daarna moet er nog een beetje water worden toegevoegd. “Waar is de jodium in mijn bekerglas gebleven? Wie heeft dat gedaan?” Dat heeft niemand gedaan, maar de vitamine-C, die heeft de jodium ontkleurd. In een ander bekerglas wordt wat zetmeel en waterstofperoxide bij elkaar gegoten.

wp-klokreactieNu mogen de beide mengsels bij elkaar gegoten. Nu maar wachten en kijken naar het lichtgele mengsel. Na een paar minuten kleurt de vloeistof plotseling “Kijk, wow” van licht geel naar diepblauw. ”

Waarom duurt het zolang totdat jodium en zetmeel blauw kleuren. Dat komt door de vitamine C.
De vitamine c zet de jodium om in het kleurloze jodide, maar het peroxide zet het jodide weer om in jodium. En het vitamine C zet het jodium weer om in jodide…
Dit blijft net zolang door gaan tot alle vitamine C op is. Dat blijft het jodium over en die kleurt het zetmeel weer blauw.
Ik snap het, ik snap het!”

Share Button

Deze banketstaaf is de lekkerste

Op verzoek van Sinterklaas onderzoeken de kinderen 3 verschillende soorten banketstaven. Het spijs van de banketstaven wordt normaal gemaakt van amandelen, maar je kunt het spijs ook maken van bonen en een smaakje. We starten het project eerst met een heus proefpanel. Ik leg uit dat je geld kan verdienen met het proeven van eten. “Echt waar?” Wie een goede smaak heeft kan dat doen. Tijdens het project zijn er een paar kinderen die gevoel voor smaak hebben: “Deze smaakt bitter“, “te zoet“, “korrelig en smeuïg“. Enkele andere kinderen geven de banketstaven: “Allemaal een 10“. Tussen de de banketstaven door eet iedereen een stukje cracker en drinkt een slokje water om de smaak van de vorige banketstaaf te neutraliseren.

wpP1040175Er zijn 3 banketstaven:

  1. De “Beste Bakker” van Dirk”.
  2. De Jumbo verkoopt meerdere soorten banketstaven; we testen de goedkoopste van de Jumbo.
  3. Van Albert Heijn testen we de duurste banketstaaf, dezelfde als vorige jaar.
    wp20151118_143454 wp20151118_143350
    Alle cijfers worden op een groot vel geschreven, opgeteld en gedeeld. En hieronder staan de gemiddelde cijfers die de kinderen gaven:
Supermarkt Dirk Jumbo Albert Heijn
Prijs € 1,79 € 1,49 € 2,29
Gewicht 250 gram 250 gram 250 gram
Cijfer Volta 7,8 6,1 9,3
Cijfer Aldoende 8,3 5,8 9,0
Cijfer Zuidpool 6,8 6,4 4,6
Cijfer Rijk Kramer 5,2 7,0 7,6
Cijfer gemiddeld 6,9 6,1 7,3

amandel                        wittebonen druppel

De groepjes zoeken uit welke banketstaven met amandelen zijn gemaakt en welke met bonen. Dat doen ze met jodium (betadine). Met een hamer wordt een witte amandel stukgeslagen en daarna wordt er jodium op gedruppeld. De amandel kleurt een beetje geel. Hierna moet de witte boon worden platgedrukt: “Moet ik dat met mijn vinger doen?” “Bah, wat vies“. Daarna gaat er jodium bij de boon: “Getsie, dat wordt zwart”.
wpP1040164Op het spijs van de 3 stukjes banketspijs druppelen de kinderen wat jodium. “Deze (van Dirk) is echt!”  “Deze (van de Jumbo) is hartstikke nep, die wordt helemaal zwart” En de laatste: “Deze (van Albert Heijn) is ook nep“, “Een beetje nep“. Een meisje kan het precies beschrijven: “Alleen ertussen wordt het zwart

Vreemd, vorig jaar was de banketstaaf van Albert Heijn nog helemaal echt met amandelen gemaakt. Dit jaar niet meer. Wat is er veranderd aan het spijs van de banketstaaf? Er is het verdikkingsmiddel E466:  Carboxymethylcellulose aan toegevoegd. “Carboxymethylcellulose,” denk ik: “dat komt me bekend voor. Dat staat bij mij thuis in de kast als behangplaksel.” Ik test het thuis met jodium. Ja, hoor Carboxymethylcellulose kleurt met jodium ook paarszwart. Daarom kleuren de amandelen in het spijs niet, maar ertussen e466 dus wel.  

Op de banketstaaf van de Jumbo wordt e-nummer E412 Guarpitmeel vermeld en de banketstaaf van Dirk bevat geen e-nummer. 

wpP1040177wpP1040178wpP1040161wp20151118_140847
Na deze banketstaattest hebben de teams nog uitgezocht waarom de pepernoten groot worden in de oven. Meel met water, “Er gebeurt niets“, “Dit is gewoon een beslagje“. Door aan het meel een beetje baksoda en citroenzuur toe te voegen gaat het deeg borrelen. Hierdoor ontstaat een luchtig beslag voor bijvoorbeeld: cake, brownies of …. pepernoten.

Bij het laatste proefje houden de kinderen een glasplaatje in het vlammetje van een kaarsje. “Het glas wordt helemaal zwart“. Na 2 minuten wapperen, het glas is heet, kan je je vinger zwart maken in het roet en je neus er mee zwart schminken. “Moet dat echt“, “Ha, ha, zie jij er mal uit“, “Waar is er een spiegel?
wp20151118_151653wp20151118_151546wpP1040168wpP1040167
Aan het einde van het uur is er voor elk kind een zakje om pepernoten mee te bakken. “Zijn dit echte speculaas kruiden?” Ja. “Gelukkig, want mijn moeder heeft alleen Koek en speculaaskruiden“.

Share Button

De aarde is één grote magneet

wp-P1040152Wie kan iets vertellen over magneten? “Magneten trekken elkaar aan”, “Magneten kleven aan metaal”. Aan al het metaal? “Nee, alleen aan ijzer” “De aarde is één grote magneet, Zwaartekracht lijkt op een magneet“, Ja, het zijn allebei natuurkrachten. “Een magneet heeft een plus en een min kant“, Ja, magneten hebben 2 polen, we noemen die noordpool en zuidpool. “Magneten stoten elkaar af“. “De aarde heeft een magnetisch veld“, wp-P1040147Een kompas is ook een magneet“. “Op een koelkast kan je magneetplaatjes plakken“, “Met hele grote magneten kan je zware spullen optillen“. De kinderen weten al veel van magneten. Aan de hand van wereldbol en een kompas laat ik zien dat een kompas altijd naar het noorden wijst met de rode kant van naald. De witte kant kan van de naald wijst altijd naar het zuiden. Het werkt echt met de kleine wereldbol. Hoe dat kan? Ik heb in de wereld bol een magneet geplaatst. “Meester kunnen we de wereldbol verstoppen en dan opzoeken met een kompas. Dat is een leuk idee, maar ik ben bang dat het niet werkt. Het aardmagnetisme is veel sterker dan de magneet in de bol.

wp-IMG-20151112-WA0003De kinderen onderzoeken een bakje met diverse materialen. Ze ontdekken dat alleen spullen van ijzer door een magneet wordt aangetrokken. Er zit ook geld tussen. Alleen als er ijzer aain het muntstuk zit wordt die aangetrokken door de magneet. De 1 euromunt wordt door verschillende kinderen in de groepen van wel magnetisch of niet magnetisch ingedeeld. Eén groep legt de euro tussen de verschillende groepjes in. “Deze euro is een beetje magnetisch“. In een 1 euromunt zit nikkel. Dat is een beetje magnetisch.

wp-P1040155Bij de volgende proef onderzoeken de kinderen de aantrekkingskracht en afstotingskracht tussen 2 magneten. Voor het ene kind al heel gewoon, voor andere kinderen verrassend nieuw. Als je magneten slim neerlegt, dan blijft de ene magneet schuin omhoog zweven, totdat je die stoot. “Ja, het is gelukt!” “Meester, maak er  gauw een foto van!

wp-P1040148De kinderen vouwen een bakje van papier. Veel kinderen kunnen dat zo uit de losse pols en anders kijk je (heel slim) even bij de kinderen naast je. Onder het bakje wordt de magneet gelegd en daarna strooien de kinderen IJzervijlsel over het papier. Wie er oog voor heeft, ziet een mooi patroon in het ijzervijlsel ontstaan. De magneet is duidelijk te herkennen, aan de polen (uiteinde) zit veel ijzervijlsel  ontstaat een mooi. Je ziet gekromde lijnen ijzervijlsel lopen lopen tussen de beide polen in. Zo wordt het magnetisch veld zichtbaar. De magneet door het ijzervijlsel halen is natuurlijk veel spannender.

wp-P1040140Hierna onderzoeken de kinderen hoe een magneet door  de aarde altijd draait naar het noorden. Dat een kompas altijd naar het noorden wijst dat weet iedereen, maar dat een zware magneet dat ook doet is toch wel verrassend.

wp-IMG-20151112-WA0000Hierna maken de meisjes en de jongens een eigen kompas. Eerst tekenen ze een ronde windroos op een stukje foam en knippen deze netjes uit. Daarna wordt een magneet 20 maal langs een naald gestreken. Alle ijzerdeeltjes worden zo één kant op gericht. De naald wordt nu magnetisch. De naald moet door het foam worden gestoken. “Hoe moet dat?” Het blijkt het moeilijkste deel van de opdracht. Tenslotte wordt een bord bijna helemaal gevuld met water en de zelfgemaakte kompas wordt op het water gelegd. De kompas draait naar het noorden. “Mijn kompas werkt niet goed” en bij enkele naar het zuiden. Wat moet je daar nu aan doen?

wp-P1040158Als laatste gaan sommige kinderen ijzer delven uit een woestijn in Namibië. De eerste oplossing is makkelijk. Je houdt de magneet in het zand en het ijzer blijft er aan kleven. Het ijzer van de magneet halen gaat echter wel weer moeilijk. Is daar geen eenvoudige oplossing voor?

 

wp-P1040153Als laatste wil ik nog vermelden dat 2 meisje op eigen initiatief het gehele project vastgelegd hebben in een prachtig labverslag.

 

Share Button

Hoe stijgt water in een boom?

wp20151104_144157Wat gebeurt er met de bladeren in de herfst? “Ze vallen naar beneden“, “Ze worden geel…“, “rood“, “bruin” en “roze“. Vallen de bomen eerst van de boom of verkleuren ze eerst? “Dat weet ik niet”, “Ze verkleuren eerst en daarna vallen ze op de grond”.

wp20151104_144207De onderzoeksvraag van deze week is: Waarom worden bladeren geel in de herfst? “Ik weet het! In de winter bevriest het water, dan krijgt de boom geen water, aan het steeltje van het blad groeit een stukje hout (kurk) en dan valt het blad af”, “In het blad zit een soort groene vloeistof en de boom haalt dat dan naar de stam toe” Er waar komt de gele kleur dan vandaan? “Dat zit al in het blad“. Ok, dat gaan we onderzoeken vandaag.

wpP1040104Bij de eerste proef werken de kinderen met bio-ethanol. Bio betekent dat het van planten is gemaakt. Ethanol is een andere naam voor alcohol, zo noem je alcohol in een laboratorium; het is de chemische naam. Op de fles staan waarschuwingstekens. Die bespreken we eerst. We kinderen weten zo waarom we veiligheidsbrillen en handschoenen moeten dragen.

wp20151104_144147Eerst worden de klimopblaadjes in stukjes geknipt. In de een vijzel wordt het blad fijn gemalen met zand en met wat alcohol erbij. Het fijnmalen gaat moeilijk. Je moet er veel kracht bij zetten. Na tijdje zie je een groene vloeistof in de vijzel. De groene vloeistof  wordt op een strook tekenpapier gesmeerd. De strook wordt in een laagje alcohol gehangen. Nu moet er gewacht worden.

wpP1040106Voor de volgende proef hebben de kinderen 2 glazen nodig. In het ene glas wordt een blauwe kleurstof gedruppeld. Dat ziet er mooi uit. De glazen worden naast elkaar gezet. Een stuk keukenpapier wordt opgevouwen tot een lange strook en in de beide bekerglazen gehangen. “Kijk, het blauw wordt opgezogen“, “het gaat helemaal naar het andere glas“. Ook bij deze proef moet er  gewacht worden.

wpP1040119Voor de laatste proef hebben de kids de inkt nodig uit een markeerstift. Hoe krijg je de inkt het snelste eruit? “Mag die echt stukgeslagen worden?” In de stift zit een vulling. Met een pincet wordt de vulling eruit gehaald. Bij de eerste groep moeten de kinderen de vulling openknippen. Toen ik dat thuis uitprobeerde ging dat heel goed, maar vandaag is dat niet te doen. Deze scharen zijn blijkbaar minder scherp. Toch lukt het de kinderen om de inkt uit de vulling te krijgen. wpP1040116Op de andere dagen laten we het knippen achterwegen en drukken de meisjes en jongens de inkt er uit met 2 pincetten. Water erbij gieten en zo ontstaat een mooie fluoriserende vloeistof.
2  glasplaatjes worden nu op elkaar gelegd en 2 elastiekjes gaan er omheen. Aan de zijkant moet tussen de glasplaatjes een lucifer zonder kop worden gezet. “Meester, hoe breek je de kop eraf”  wpP1040125Sommige kinderen lossen dit probleem op door er een schaar bij te pakken. Als de glasplaatjes klaar zijn wordt deze in de vloeistof gezet. Verschillende reacties hoor ik: “Hoe kan dat?“, “Er gebeurt niets“, “Het water gaat vanzelf omhoog“. Daar waar de glasplaatjes ver uit elkaar staan, blijft het water laag zitten, maar als de glasplaatjes dichter bij elkaar komen stijgt het water steeds verder omhoog. wp20151104_151359Waar de glasplaatjes elkaar bijna raken, stijg het water helemaal tot boven aan. Dit komt omdat water aan glas blijft plakken. Als de plaatjes dicht tegen elkaar aan zitten is capillaire werking sterker dan de zwaartekracht. In bomen gebeurt hetzelfde in de houtvaten, die zijn heel heel smal en het water kan wel tot 110 meter hoog opstijgen. “In Amerika zijn Sequoia bomen, die worden wel 100 meter“. En ook nog opgemerkt: “Kijk, als ik plaatjes uit het water haal, blijft het water er tussen hangen“,

resultaat3En de andere proeven; “Het blauwe water zit nu in het andere glas” en “Het groen is naar boven gedaan” Het papier heeft de alcohol opgezogen en de kleurstoffen mee naar boven genomen. Sommige kleurstoffen bleven een beetje meer aan het papier plakken, die zijn minder hoog gekomen. De stroken papier worden uit de bak gehaald en droog geföhnd. Bij de meeste kinderen zie je op het strookje boven de groene kleur een gele kleur. Onderaan de strookje zie ook nog een bruine kleur wpP1040125zitten. In de herfst breken bomen de groene kleurstof af tot een kleurloze stof. Deze stof bewaart de boom in de stam tot de lente. In de lente maakt de boom van de opgeslagen  weer bladgroen van. Het geel blijft wel in het blad zitten en daarom worden bladeren in de herfst geel. “En de rode kleuren, waar zijn die?” Die zitten niet in groene bladeren, die worden wel in de herfst aangemaakt. Waarom? Dat moet de wetenschap nog goed uitzoeken.

Share Button

Paardenkastanjes zijn giftig

wp-P1040057Nu in de herfst kan je veel kastanjes vinden. Als je goed zoekt kan je twee soorten kastanjes vinden. Ik heb ze mee genomen. “Tamme kastanjes kan je eten“, “Die zijn lekker in de stamppot“, “Wilde kastanjes kan je niet eten“. Sommige groepen hebben er deze week al op school over gesproken of naar een video van Huisje Boompje Beestje gekeken en weten hoe je de Tamme kastanje kan onderscheiden van de (wilde) Paardenkastanje. Voor andere kinderen is het raden welke kastanje tam is en welke de giftige Paardenkastanje is:

ronde kastanjesDe PAARDENKASTANJE smaakt bitter en is licht giftig voor mensen. Niet proeven dus, je kan er buikpijn van krijgen! Paarden kunnen de kastanjes wel eten. In de kastanje zit een kleurstof. De kleurstof is niet zichtbaar met zuur, maar wel met baksoda. De kastanje bevat ook zeep (Saponine). In de Tweede wereldoorlog zochten mensen de kastanjes om hun kleren mee te wassen. “Waarom zou je in een oorlog je kleren wassen, daar heb je toch geen tijd voor?wp-P1040062In de oorlog wordt niet de hele tijd gevochten en een heleboel mensen vechten ook niet mee. Met schone kleren voel je toch fijner. Veel spullen kan je niet kopen. Ook waspoeder kon je toen niet kopen, dan moet je iets anders verzinnen.
De kastanje maakt stoffen (Saponine, Aesculine) aan die de kastanje beschermen tegen insecten, bacteriën en schimmels. “Dus ik kan mijn handen wassen met kastanjes?”  Ja, dat zou kunnen, maar dan wel goed naspoelen met water.

kastanje met een puntjeDe TAMME KASTANJE kan je rauw, gekookt of gepoft eten. De kastanje smaakt soms stroef (net zoals oude sterke thee). Dit komt doordat de kastanje veel Tannine bevat. Ook Tannine beschermt de kastanje tegen insecten en bacteriën. Van Tannine werd in de middeleeuwen een paarszwarte inkt gemaakt.

wp-P1040052De teams zoeken een puntige kastanje uit. De kinderen slaan de kastanje eerst met een hamer op een slijter doormidden. “Meester het lukt niet Ik leg uit dat je de hamer aan het uiteinde van steel moet vasthouden en goed hoog moet laten vallen. (Tijd voor een project hefbomen of moeten ouders met kinderen thuis samen gaan timmeren?) De witte stukjes kastanje zonder schil wordt in een bekerglas gedaan en daarna wordt er kokend water over heen gegoten. in het labverslag schrijven de kinderen op welke kleur het extract-A heeft. “Ik zie niets gebeuren” Ziet het er hetzelfde uit als water? “Nee, oja het is een beetje wit“, “grijs” of licht rose“.

wp-20151028_143924Hierna maken de kinderen extract-B van de ronde kastanje. “De schil gaat er niet vanaf“. Als het echt niet lukt, dan mag de schil erbij. Het kokende water kan erbij. “Kijk het wordt geel“. “Dit is de giftige kastanje“, maar waarom is geel giftig?  “Het extract van de puntige kastanje ruikt naar pasta en die ander ruikt naar thee“.

wp-P1040053

Met 8 reageerbuisjes, “net zoals een professor“, gaan de kinderen testen doen om te onderzoeken wat de verschillen zijn tussen de kastanjes. De reageerbuizen worden genummerd, zodat de resultaten kunnen worden vastgelegd in het labverslag.

wp-P1040056Eerst worden de kastanje-extracten gemengd met azijn. Aan het begin van het project is uitgelegd hoe je een reageerbuis moeten schudden. Niet met je duim erop, maar door het rond te draaien. Dit heet kwispelen. “Er gebeurt niets“. Kijk eens goed. Beide extracten worden kleurloos met het azijn.

wp-20151028_144147Daarna wordt baksoda opgelost in de kastanje-extracten. Er wordt flink gekwispeld. Beide extracten verkleuren. De ene wordt rose-bruin en de ander geel. Na 3 projecten deze week merkt een jongen op: “er fout zit in het labverslag“. Er zijn twee proeven omgedraaid.

wp-2015-10-26 16.20.27Na de kleurtesten wordt er een zeep-test uitgevoerd. Weer wordt er baksoda opgelost in de extracten. Daarna wordt azijn toegevoegd. “Ho, moet je kijken, alles gaat bruisen“, “het borrelt er helemaal uit“, “dat is vet“. Het is spannend, maar wat is het verschil tussen de 2 extracten? “Bij het deze is het schuim snel weg“. Bij de ander buis “blijft het schuim heel lang staan“. Hoe kan dat? Hoe maak je schuim thuis? “…met zeep… Ja er zit zeep in de kastanje” “Dan moet dit de Paardenkastanje zijn“.

wp-P1040054
De laatste proef is de inkt-test. Aan de extracten worden een paar druppels ijzerzout, ijzer(II)sulfaat, toegevoegd. “Dit is de Tamme kastanje, het wordt helemaal zwart“. Het extract-B kleur niet. Bij sommige wordt extract-B een beetje paars. Bij wie? Ik vraag: Zit er schil van ronde kastanje in je extract? “Ja, die zit er in“. Daar komt het door: in de schil van de ronde kastanje zit Tannine.

wp-P1040059Aan het einde van de testen trekken de kinderen nog de juiste conclusie: “De ronde kastanje is de Paardenkastanje, die is giftig” en “de puntige kastanje is de Tamme kastanje en die kan je eten“.

wp-P1040063

Wie goed heeft samengewerkt en het systeem van testen goed had begrepen had aan het eind nog tijd over. Zij mochten nog zelf proefjes verzinnen of alles bij elkaar gooien. Gelukkig kan het met deze spullen geen kwaad.

Share Button

Zwaartekracht op de wip

Ik laat aan de kinderen een diagram zien van de valproef van vorige week. Ruim 20 groepjes hebben 2 tennisballen, een zware en een lichte bal, 175 keer laten vallen. De kinderen hebben goed gekeken welke bal als eerste de grond raakte. Alle 175 valproeven zijn verzameld en opgeteld:

  • 74 keer vielen de ballen even snel,
  • 64 keer raakte de zware bal de grond het eerst en
  • 37 keer was de lichte bal het snelst  beneden.

20151014_143248-bEen jongen trek de conclusie: “Dus de ballen vallen even snel“. Ja, dat zou je kunnen zeggen, maar waarom zouden die dan niet altijd tegelijk op de grond vallen? “Misschien wordt de ene bal 1 centimeter hoger vastgehouden“,  “De ballen worden niet tegelijk losgelaten…?“, “Het is heel moeilijk te zien of ze te gelijk op de grond komen“, “Ja, je moet een slow motion opname maken“, “met, hoe heet dat ook alweer… ..een high speed camera“. Ja, de proef zou opnieuw en beter uitgevoerd moeten worden, maar vandaag gaan we verder met andere proeven.
(Zie ook Willem Wever: vallen zwaardere dingen sneller?)

20151014_143237-bStraks gaan we met vuur werken, daarom spreken we samen eerst af wat wel en niet mag met vuur. En kids met los lang haar moeten een paardenstaart in. Ik heb felgekleurde haarelastiekjes bij me. Wie lang los haar heeft moet een paardenstaart maken en mag het haarelastiekje houden. Een meisje maakt gauw haar haar los, een aantal jongens met kort haar willen ook wel een paardenstaart (elastiekje).

P1040040-b P1040019-b P1040022-b 20151014_145430-b

B. snelste route-bWe gaan verder met de proef van vorige week: Wat is de snelste route de berg af? De korte rechte weg naar beneden of de lange steile weg naar beneden? Een week geleden hebben enkele kinderen geprobeerd een model te maken met 2 pvc-buizen. Dit bleek niet zo goed te werken. Daarom proberen we het deze week met karton.
In groepjes van 2 of 3 gaan de jongens en meisjes enthousiast aan de slag. Met tape worden de stroken karton aan de rand van de doos geplakt. Dat is nog best moeilijk. De stroken worden ook aan de vloer of tafel geplakt, Zo ontstaat er een rechte korte weg en een lange steile weg. Twee even grote knikkers worden uitgezocht en die kunnen nu van de banen afrollen. Dat is leuk. Sommige kinderen zien het al direct “De steilste lange route is de snelste route“, omdat … “… de knikker krijgt op het steile stuk al heel veel vaart”, Dat haalt de andere knikker nooit meer in. Twee jongens komen zelf op het idee om het te filmen (zie hieronder).

stap-4De tijd gaat snel. De eerste jonge onderzoekers beginnen vlug met de zwaartekrachtwip. Daar heb je  veel spullen, handigheid en inzicht voor nodig. Met een hamer wordt een dikke ijzerdraad in een kurk geslagen. Dat lukt nog wel, maar hoe sla
je het ijzerdraad aan de andere kant erin?
Daarna moet midden door de kurk een opengevouwen paperclip worden geduwd. “Meester het luk niet“. Als duwen niet lukt moet je draaien! Nu gaat het stuk sneller. Met een combinatietang wordt een stuk van de paperclip afgeknipt. Er wordt hard geknepen met de tang, maar er gebeurd niets. Kijk eens goed naar de tang, waar zit het knipgedeelte? “O ja, onderaan.” En met een beetje wrikken gaat het nu wel.
P1040047-b Met een aansteker steken de kinderen een theelichtje aan. Dat is leuk, jammer dat je niet met het vlammetje mag spelen. Het uiteinde van het ijzerdraadje wordt verhit in het vlammetje en daarna kan de kaars erop gestoken worden. Bij de eerste groep gaat dat niet zo goed. Het kaarsvet aan de achterkant breekt steeds af en er zijn veel kaarsjes nodig om de wip af te maken. Voor de andere groepen heb ik tape om de achterkant van de kaarsjes gewikkeld. Het kaarsvet kan zo niet meer afbreken. P1040027-bDe wip wordt met 2 paperclips  op 2 glazen gezet. Als iedereen klaar is en de ouders er zijn. kunnen de kinderen de kaarsjes aansteken. “Meester er gebeurt niets“, maar naar een paar minuten begint de wip te zwaaien. Sommige langzaam en andere heel snel. Hoe kan dat? 20151014_152529-bWeet ik niet.” Wat zie je gebeuren? “Hij gaat heen er weer” “door de zwaartekrach…t?” “Er druppelt kaarsvet af” “Ja, dan gaat die omlaag” Omdat er een druppel kaarsvet van de kaars valt wordt het kaarsje iets lichter dan het andere kaarsje. Het lichte kaarsje gaat omhoog. Nu druppelt er kaarsvet van het andere kaarsje, nu wordt deze weer lichter en zo gaat het maar door.

Share Button

Dat valt snel…

20151007_143031-b“Wat is dit?”, vraag ik de kinderen. “De wereldbol”, “een bal vol lucht”, “een strandbal”. Allemaal goed! Het is ook een model van de wereld. Het is niet de wereld, maar het lijkt erop.
Waar lig Nederland, vraag ik de kinderen? Dat is snel gevonden op de wereldbol. “Hier onder me voeten!” Dat is natuurlijk ook waar.  De meeste kinderen weten Australië ook snel te vinden. Wij wonen hier, we kunnen blijven staan op de Aarde. En de mensen op Australië? “Die blijven ook aan de Aarde plakken, door de zwaartekracht”, “Dat is geen plakken, want je kan wel omhoog springen”, “…maar je valt altijd weer op de Aarde terug”, “… alleen met een hele sterke raket kan je van de Aarde afkomen.” Iedereen weet al wat zwaartekracht is. We starten maar snel met de proeven.

P1040012-b20151007_143634Als eerste onderzoeken de groepjes wat sneller valt: een vel papier of een tennisbal? Dat is makkelijk. “De tennisbal natuurlijk, die is zwaarder”.
De kinderen maken van een vel papier een prop. Wat is zwaarder, een vel papier of een prop papier? De meeste kinderen schrijven op: “Een een prop papier is zwaarder”. Dat had 2015-10-05 16.03.31-bik zelf niet verwacht, daar ga ik bij het volgende project nog even over praten. Een leerling laat het vel papier en de prop tegelijk vallen. De prop is veel sneller beneden. Hoe kan dat?  “De prop is zwaarder”, “Het komt door de vorm”, “De prop is niet plat” , “Het vel papier gaat heen en weer”, “De prop heeft minder luchtweerstand”. De prop weegt even veel als het vel papier, maar omdat die niet plat is, wordt hij minder tegen gehouden door de lucht en valt de prop sneller vallen.

De teams laten een boek en een vel papier vallen. Het boek en het vel papier zijn ongeveer even groot. Toch is het boek sneller op de grond. Leg nu het papier op het boek en laat het vallen. “Meester, hoe kan dit?” Bam, het boek en het vel papier komen tegelijk op de grond.

P1040001-b20151007_145604-bVoor de volgende proef hebben de kinderen 2 tennisballen nodig. De ene tennisbal moet zwaarder worden gemaakt. “Mogen we hem echt open zagen?”, “Laat me vader het maar niet zien.” Na een tijdje zagen hoor ik kinderen roepen: “Bah, het stinkt naar vis”,  Waar komt die vieze lucht vandaan?
P1040006-bP1040015-bIs het de rubberen binnenbal of is komt het van de lijm? Het zagen gaat moeilijk. Met wat hulp lukt het om de tennisbal open te zagen. De kinderen vullen de tennisbal met zand en plakken hem dicht met tape. Eén kind gaat op tafel staan en laat de 2 tennisballen tegelijk vallen. De ander kijkt welke bal het eerst de grond raakt. 20151007_150628-b440px-Galileo-sustermans[1]Het is wel moeilijk te zien”. Het resultaat wordt genoteerd en de proef wordt in totaal 10 keer uitgevoerd. De 175 valresultaten zijn door mij verzameld en volgende week wordt gekeken welke bal het snelst valt. Deze proef is een herhaling van een klassiek experiment dat Galileo Galilei zou hebben uitgevoerd van de scheve toren van Pisa. Heeft hij dit experiment echt uitgevoerd?
B. snelste route-b2015-10-05 16.12.52-bBij het laatste experiment bedenken de kinderen wat de snelste weg de berg af is. “De rode rechte weg, die is het kortst of “De groene steile weg, daar krijg je meer vaart.”  Dan is het tijd. De volgende week gaan de jonge onderzoekers ontdekken wat de snelste weg is.
Ook al benieuwd?


Nieuwe ontdekkingen en vragen van kinderen: Waarom stuitert de tennisbal met zand niet? Waarom stuitert de andere tennisbal wel 4 of 5 keer.
Meer stuiter proefjes en onderzoeken.

 

Share Button

Meten: Hoe hoog kan ik springen?

meten2Vandaag zijn we gestart met een nieuwe serie van het Proefjesproject. We stellen ons, juf Alice, meester Geert en de 12 meisjes en jongens, aan elkaar voor. Het thema van vandaag is: Meten.  Ik vraag meisjes en jongens om een kring te maken van groot naar klein. Dat gaat ze prima af.  Twee kinderen zijn ongeveer even groot. Daar pakken we een stok (bezem) bij om te kijken wie groter of kleiner. De kinderen worden op lengte verdeeld groepjes van 2 kinderen.

metenDe vraag van vandaag ontstond toen ik van het weekend op een bank zat onder een boom. Twee meisjes liepen op de boom af. Ze probeerden bladeren van de boom te plukken. Ze reikten heel hoog, maar ze konden er net niet bij. Beide meisjes sprongen zo hoog mogelijk op. Het ene meisje kon de bladeren nu wel plukken, maar het andere meisje lukte het niet. Ik vroeg mij daarbij af: “Hoe hoog kunnen kinderen opspringen en waarom springen sommige kinderen hoger dan andere kinderen?”

Ik vraag het aan de leerlingen. “Ik kan hoog springen“, zegt een lang meisje. “Kleine kinderen springen hoger” omdat… “ze lichter wegen“. “Als je veel sport kan je hoger springen“. Veel ideeën. We zullen het maar eens gaan uitzoeken.

2015-09-29 15.58.15-b2015-09-29 16.03.01-bEerst gaan de leerlingen een vragenlijst invullen met de vragen: Wat is je naam? Hoe oud ben je? wat zijn je sporten? Daarna wegen de ze zich. Om je eigen lengte te meten heb je de hulp nodig van een ander. Als iedereen klaar is willen de kinderen weten hoelang ik ben. Dat moet natuurlijk ook gemeten worden.

vingerafdrukkenNu moeten we proberen te meten hoe hoog je kan opspringen. Hoe doe je dat?  “Je kan springen en dan gauw meten.” of “Je spant een touwtje en dan kan kijk je of je hoger dan het touwtje springt. Dan maak je het touwtje hoger, net zolang je dat net zo hoog springt als het touwtje.”  Maar vandaag proberen we een andere methode. Er wordt een stuk papier op de muur gehangen. Maak je vinger vies met… “aarde” of “naaktslak” … met houtskool. Zet je vinger zo hoog mogelijk op het papier, maar blijf met je voeten op de vloer. Spring nu op en zet je vinger weer op het papier. Door het verschil tussen beide vingerafdrukken te op te meten vind je de spronghoogte. Het vies maken van je vinger(s) vinden de kinderen erg leuk. Sommige kinderen lijken wel lid van De bende van de zwarte hand.

zwartehandNadat iedereen zijn handen heeft gewassen gaan de meisjes en jongens weer in een kring staan. Nu op volgorde van spronghoogte. Dat is best moeilijk, je moet nu aan elkaar vragen hoe hoog je hebt gesprongen. De kring van kinderen loopt in lengte nu niet meer mooi op. Kleine en grote kinderen staan in deze rij flink door elkaar. Spronghoogte en lengte hebben dus weinig met elkaar te maken. Zou het iets te maken hebben met gewicht? Alle kinderen die minder wegen dan 25 kilo mogen gaan zitten. Aan het begin, in het midden en aan het eind van de rij gaan kinderen zitten. Ook gewicht lijkt niet veel met spronghoogte te maken te hebben.
Iedereen mag weer staan. Alle kinderen van 6 jaar gaan zitten. Daarna alle kinderen van 7 jaar zijn. Aan het eind van de rij blijft iedereen staan. Deze kinderen zijn allemaal 8 jaar, ze blijken ook allemaal het hoogst te springen. Als je ouder bent spring je dus ook hoger*. Hoe zou dat komen? “Ouder kinderen zijn misschien sterker“, “Ze hebben meer spieren?“. Ja, dat zou heel goed kunnen. Als je het zeker wilt weten, dan moeten dat nu verder uitgezocht worden.

* Bij de Zuidpool werd er geen sterke relatie gevonden tussen leeftijd en spronghoogte. Hier had  het een beetje met gewicht en leeftijd te maken.

De tijd is om. De kinderen ruimen op en ouders komen hun vrolijke kinderen ophalen.

Share Button