Categorie archief: Boomsspijker

Vies wordt schoon water

brandhoutBij het project Scheiden heb ik vies modderwater meegenomen. De leerlingen gaan in teamverband het water op te werken naar drinkbaar schoon water. Voor de eerste stap hebben ze een zeefje nodig. Het zeefje gaan ze eerst zelf maken. De leerlingen krijgen een stukje hout. Met een boormachine boren ze een gaatje in het hout. Dat gaat makkelijk. “Is die diep genoeg?”, “Ik krijg het boortje er niet uit.” De boormachine moet blijven draaien, met draaien gaat alles veel makkelijker. En ja het lukt. Hierna moet met een tang een stukje ijzer met schroefdraad in het hout gedraaid worden. Dat is dan weer niet zo makkelijk.

verhittenHet ijzer verhitten ze in de vlam van de spiritusbrander en daarna kunnen ze gaatjes smelten in de bodem van de soepkom. “Het lukt niet” Met wat meer geduld wordt het ijzer een stuk heter. “Auw, dat is heet!” Dat is schrikken als je niet oplet en het hete ijzer vast pakt. Nadat de vingers een paar minuten in koud water zijn gehouden is er niets te zien en is de pijn weg.

water schoon maken - wat kunnen hier nog mee doenDe groepjes krijgen wat zand met steentjes. Dat gaan ze zeven met het zelfgemaakte zeefje. “Kijk, moet je zien”. In het logboekje schrijven de kinderen “Het zand is klein en de steentjes zijn groot” Te groot voor de gaatjes.

potgrondNa de voorbereidingen beginnen ze met het vieze modderwater. Het vieze water is gemaakt van biologische potgrond, die ik ook nog heb verhit tot 150 graden in de oven. Het water ziet er dan wel vies uit, maar is vrij van gif, bacteriën en schimmels. Het water kan daarom ook geproefd worden. Ik zie al vieze gezichten. “Moet je dat proeven?” Bij de eerste stap wordt het modderwater door het zeefje gegoten. De grote aardedeeltjes, wortels en stokjes blijven in het zeefje. De modder is nu water geworden, maar ziet er nog steeds donker uit. Met een lepel wordt een beetje geproefd. “Gatverrrrrr, wat vies!” Ze rennen snel naar de kraan. “Hmm, best lekker” hoor ik een jongen roepen.

water schoon maken - het water is heel schoonHet zeefje wordt omgespoeld en er wordt een koffiefilter opengevouwen ingezet. Dat snappen ze prima. Het vieze water wordt door het filter gegoten. Voorzichtig, niet knijpen of roeren, want dan gaat het filter stuk. “Het water blijft vies” Dan heb je het filter stukgemaakt en moet je het opnieuw doen. “Het is water!” Het water is nu lichtgeel geworden. Hoe zou het smaken? “Hm, ja dat gaat best”, “Het is nog steeds niet lekker”.

water schoon maken - bijna schoon waterDe kinderen slaan een noritpil stuk en voegen het toe aan het gele water. Nu is alles weer zwart. Het zwarte water wordt nu door een klein vouwfilter uit het laboratorium gegoten. Bij de één blijft het water zwart en wordt het water mooi wit. Alleen nu smaakt het nog een beetje naar koolstof. Het filter is niet fijn genoeg. Er gaat nog een heel klein beetje koolstof doorheen.

water schoon maken - plezierwater schoon maken - geduld

Share Button

Laagjes maken

drijven - ijs op olie2Bij het Project Drijven en Zinken hebben de kinderen onderzocht wat er gebeurt als je twee vloeistoffen bij elkaar giet. Wanneer je olie op water giet, blijf de olie op het water liggen. “Dat komt omdat de olie lichter is”. De kinderen zijn al wat ouder en begrijpen dat meteen. Natuurlijk komt het ook dat de olie niet mengt met water. Wat gebeurt er als je brandspiritus op olie giet? De spiritus blijft drijven, dat komt… “Omdat de spiritus lichter is dan olie”. Dus spiritus is lichter dan olie en ook lichter dan olie. Blijft spiritus dan ook op water drijven?

drijven - ijsblokjes op olieBij de volgende proef worden twee ijsklontjes in een glas met olie gelegd. Wat gebeurd er? “Nou er gebeurd niets!” Even geduld. Onder het ijsklontje komen dikke druppels met smeltwater te hangen. De dikke druppels zakken langzaam naar beneden. “Het lijkt wel een lavalamp”. En wat zie je gebeuren. Ik zie vragende gezichten. Water is zwaarder dan olie, maar het ijsklont… “… eh, dat is lichter dan olie?” Ja, ijs is een stuk lichter dan olie en daarom drijft het, maar als het ijsklontje smelt zakt het zware water naar beneden.
“Mogen we er wat kleurstof bij doen?” Eigenlijk is spelen met water, olie, kleurstof en een ijsklontje ook heel leuk.

drijven - wat drijft op watdrijven - laagjes makenBij het volgende experiment gaan de leerlingen verschillende vloeistoffen in een glas schenken. Ze beginnen met stroop. Hierop schenken ze voorzichtig een laagje water. Door het glas een beetje scheef te houden, kan er voorzichtig een laagje olie op gegoten worden en daarna een laagje spiritus.
drijven - wat drijf er en wat zinktNu hebben ze een glas met vier lagen. Eén voor één laten ze een stukje hout, een spijker, een amandel, plastic, piepschuim en andere nootjes in het glas vallen. “Kijk dit blijft op de olie liggen”. Alle materialen blijven op één van de lagen drijven. De spijker zakt helemaal naar de bodem. De amandel blijft op de stroop liggen. Het hout drijft op de olie. Een stukje plastic op het water en het stukje piepschuim blijft op alles drijven.

drijven - warm op koud waterAls laatste proef worden twee flesje gevuld. Het eerste flesje met rood warm water en het andere met blauw koud water. Op de flesopening van het warme water wordt een stukje plastic gelegd en daarna voorzichtig omgedraaid en op het koude water gezet. Wat zou er gebeuren als het stukje plastic wordt weggeschoven?
Het stukje plastic is weg en het rode water in het bovenste flesje zitten. Het flesje voelt dan ook warm aan. In het onderste flesje blijft het blauwe water zitten. “Het flesje voelt koud aan.
drijven - olie op water2De jongens en meisjes herhalen de test, maar nu met het koude blauwe water boven en het warme rode water onder.
Als het stukje plastic wordt weggetrokken, stroom het rode water direct omhoog en het blauwe water zakt naar beneden. De kleuren vermengen zich en beide flesjes voelen nu even warm aan.
Hoe kan dat? “Dat is makkelijk, warmte gaat altijd naar boven.” Ja, maar waarom gaat warmte altijd omhoog? (Weer zo’n moeilijke vraag.} Waar zijn we het hele project mee bezig geweest? Met drijven en zinken… “???” Dus waarom drijft het warme water op het koude water? “Omdat het … lichter is? …” En dan zie ik het lichtje opgaan bij één van de kinderen.

Share Button

Met jodium test je …

Het project van donderdag stond in het teken van de Sinterklaas. Er waren 3 soorten banketstaven gekocht van de Hema, Albert Heijn en het merk Frijling. Eerst zullen de banketstaven geproefd worden en daarna gaan de kinderen testen welke banketstaven echt spijs bevatten. Op de dozen staat vermeld welke spijs uit alleen amandelen zijn gemaakt. Het spijs van 1 staaf spijs is gemaakt uit bonen.

sint - bonentestDe kinderen mogen van elke staaf een stukje proeven en daarna geven ze de banketstaaf een cijfer. Tussen de stukjes door eten ze een stukje cracker en drinken ze een slokje water.
Na de test worden de cijfers opgeteld en daar 7 gedeeld. Zo wordt het gemiddelde cijfer uitgerekend. Ze weten niet welke soort banketstaaf ze proeven.

De banketstaaf van de Hema scoort een 8,3  met de opmerkingen “buitenkant niet erg lekker”, “heerlijk”, “gemiddeld”, “hekel aan marsepein”.
De tweede van Frijling scoort een 5 met “Niet zo lekker”.
De laatste van de Albert Heijn scoort gemiddeld een 6 met de aantekening “Best lekker” en “is wel lekker”.

sint - bonen platdrukkenHet uitrekenen van het gemiddelde cijfer ging niet zo makkelijk voor het proefpanel. Gelukkig was er voor het delen een rekenmachine aanwezig. Enkelen denken al te weten wel banketstaven echt zijn, maar dat moeten ze eerst testen met jodium.

sint - jodium erbijMet een hamer wordt een witte amandel stuk geslagen. Daarna wordt er jodium op gedruppeld. “Er gebeurt niets” Als je goed kijkt zie je dat de stukjes amandel geel kleuren. Hierna moeten ze een witte boon uit een potje halen en stuk drukken met hun vingers. “Bah, wat vies”, “Nou, dat ga ik niet doen hoor”. De boon moet plat, als je het niet met je vingers wilt doen, zoek je maar een andere oplossing. De jodium wordt er op gedruppeld. “Woh, moet je zien, dat wordt helemaal zwart”.
De nul-meting is gedaan. Nu mag het spijs van de amandelstaven worden getest. Het is wel de bedoeling dat je weet welke soort je test. “Eh, dat weet ik niet meer”. Testen heeft zo geen zin. Pak maar 3 nieuwe stukjes spijs.
sint - jodiumproef2Vreemd, twee soorten spijs worden zwart met jodium. Die van Albert Heijn komt goed uit de bus. Die bevat zeker alleen amandelspijs. Die van Frijlings bevat, zoals op de doos, staat bonen. Die van de Hema moet alleen amandelen bevatten, maar het spijs wordt wel zwart met jodium. Ik besluit de Hema te vragen hoe dit kan. Onder het verslag vind je hun antwoord.

Vorige week kregen de kinderen speculaaskruiden en een recept mee naar huis met de vraag om kruidnootjes te bakken en te kijken hoe groot de kruidnootjes worden. Bij de laatste proef gaan de kinderen zelfrijzend bakmeel maken. Eerst gaan ze meel mengen met meel. In het recept staat dat je afgestreken eetlepels meel moet gebruiken. “Wat is een afgestreken lepel” en “Waarom moet dat?” Normaal pak je de lepel met een kop meel. Elke lepel bevat dan een ander gewicht meel. Wanneer je de kop van de lepel afstrijkt met een mes zal de lepel altijd evenveel meel bevatten.
sint - zelfrijzendbakmeel makenHet meel wordt gemengd met water. Er ontstaat een beslagje.  “Net pannenkoekenbeslag. Kan je hier pannenkoeken mee bakken?” Dat zo kunnen, maar het worden wel hele smakeloze pannenkoeken.
Om er (super) zelfrijzend bakmeel van te maken worden bij 3 lepels meel baksoda en wat citroenzuur geroerd. Het meel ziet er hetzelfde uit, maar wanneer je er nu water bijdoet gaat het schuimen en wordt het luchtig. Er ontstaat koolzuurgas, daardoor rijst het meel en krijg je een luchtig baksel.

Aan het einde van les war er voor iedereen een sinterklaascadeautje.

De reactie van de Hema:

Hartelijk dank voor uw bericht. Naar aanleiding van uw bericht kunnen wij u het volgende mededelen. 

De spijs wordt verwerkt in een omgeving waarin veel zetmeel (bloem) voorkomt. Het wordt ingerold in een omhulsel van zetmeel en tegen het plakken wordt in een bakkerij veelvuldig bloem gebruikt. Het spijs komt dus in direct contact met een zetmeel bron. Het verschil met vorig jaar is dat we dit jaar een iets grovere spijs verwerken, die heeft als nadeel dat hij eerst losgedraaid moet worden voor verwerking. Tijdens dit draaien is de kans op inmenging van bloem zeer groot, zoals de test ook aantoont. Het verbaasd mij meer dat er samples zijn die geen zetmeel detecteren. In dit geval is de test en het gekozen product niet in lijn om conclusies over de spijs te kunnen trekken. Een voorbeeld dat testen alleen toegepast moeten worden voor producten waar ze voor bedoeld zijn, de zgn scope waarbinnen getest kan worden. Wij zouden het erg op prijs stellen als u deze conclusie ook vermeld op de site. Wij vertrouwen u hiermee te hebben geïnformeerd. 

Met vriendelijke groet, HEMA Consumentenservice

Share Button

Vroeger werden 2 blikjes als telefoon gebruikt

geluid - wat gaat er gebeurenHet project vandaag is: Geluid. Een project wat wel bij deze groep past, want de groep is vandaag moeilijk stil te krijgen. Wat weten de jongens en meiden over geluid. Ik hoor veel soorten geluiden: gillen, stampen, boeren en ploppen. En natuurlijk is er ook muziek. Ook ontstaat er een discussie over het horen van geluid. Geluid hoor je met je oren. Als je niets kan horen met je oren bestaat er ook geen geluid. Geluid heb je ook nodig, anders kan je veel minder waarnemen, je weet dan niet dat er iets achter je gebeurd en je kan niets begrijpen.  Ook hoor ik “Bijna alles op aarde maakt geluid, auto’s, brommers, dieren, water, zo alles.”
Waar maak je normaal geluid mee. Uiteraard billen en andere lichaamsdelen. Oja en praten doe door je met mond. Maar waar komt dat geluid nu vandaan. “Dat maak je met je tong”, met je tong vervorm je het geluid. “Het komt uit je longen”, de lucht uit je longen heb je wel nodig om geluid te maken, maar geluid maak je met je stembanden. Straks gaan de kinderen bij een proefje ontdekken hoe stembanden werken. De laatste vraag: Wat is geluid? Het is even stil, maar dan hoor ik “Trillen”. En dat is meteen de eerste proef.

geluid - geluid zijn trillingenDe groepjes spannen een ballon over twee plastic bekertjes. Dat is best moeilijk, maar lukt iedereen toch. Een beetje zout erop en dan praten of gillen door een ander bekertje. “Het zout gaat omhoog door de trilling” (van het geluid). Bij sommige tonen trilt het zout harder dan bij andere tonen.

geluid - een ballon op bekkertje spannenBij de tweede proef leggen de kinderen eerst een hand om hun hals en zeggen daarna “Aaaa”. Ze voelen nu hoe hun hals tril: “Oja.” Ze spannen een elastiek om een bekertje. Wanneer ze met een rietje langs het elastiekje blazen horen ze je een bromtoon. “Het klinkt als een toeter”, daar moeten ze erg om lachen. Als je het elastiek wat strakker spant wordt de toon hoger. Zo werken je stembanden ook. Lucht uit je longen worden langs de stembanden geblazen. Hierdoor gaan de stembanden trillen en ontstaat er geluid.

geluid - de stemvork geeft een mooie geluidNu krijgen de leerlingen een stemvork. De stemvork kan je aanslaan en als je hem bij je oor houdt, hoor je een mooie toon. “Het kietelt een beetje.” Houd je een aangeslagen stemvork in het water, dan zie je dat het water gaat trillen. Je ziet een mooi golfpatroon en ook spatten er druppels uit het water.

geluid - het water gaat trillen met een stemvorkWat hoor je als een met een houtje tegen een lepel tikt? “Je hoort een zacht tikje”. Hang de lepel aan het touwtje. Stop het uiteinde van het touwtje in je oor en laat de lepel los hangen. Nu klinkt de lepel heel anders: “Je hoort Panggggg”, “Hele harde trillingen”, “Ik hoor Bammmm”. De lepel klinkt nu heel mooi, dat komt omdat de lepel los hangt. Het geluid is ook hard, dat komt omdat het geluid nu via het touwtje naar je oor gaat. Geluid gaat dus zelfs beter door een touwtje,

geluide - blikjestelefoonHet is bijna tijd en we gaan nog snel naar buiten voor de laatste experiment. Iedereen krijgt twee blikjes, een spijker, een hamer en een lang stuk touw. Hiervan maken ze een blikjestelefoon. De kinderen zijn heel enthousiast. Tim helemaal! Hij verteld: “Vroeger, bij mijn opa en oma in de Filipijnen werden blikjes gebruikt om tussen huizen te telefoneren. Ik was toen nog heel klein.”  Ook ouders, broertjes en zusjes vinden de blikjestelefoon hartstikke leuk. De moeder van Tim verteld mij ook: “De huizen waren verbonden met blikjestelefoons in het dorp. Er wat toen nog geen elektriciteit en telefoons. In de blikjes zat ook een stuk metaal. Wanneer je aan de draad trok, ging het blikje bij de buren rammelen. Zo wisten ze dat er telefoon was. Je kon op die manier heel snel een bericht naar de andere kant van dorp overbrengen. Maar ging er ’s nachts een vogel op de draad zitten, dan werd je wakker van het gerammeld.” Ik vind het te gek dat de blikjestelefoon vroeger ook echt werden gebruikt!!!!

Share Button

Aauw, wat is dat koud

ballonGisteren hebben we het project Koud en Warm uitgevoerd. In de hoek staat een blender. Ze willen er meteen een proefje meedoen, maar daar moeten ze eerst geduld hebben. We starten eerst met een ballon. Ballonnen uitdelen is niet zo makkelijk als je denkt, want elk kind wil graag de kleur van haar of zijn keuze.
Trek de ballon uit en leg hem tegen je lip. “Auw, dat doet pijn”. Pijn? “Het wordt warm!”. Laat de ballon weer los en wat voel je nu “Het wordt weer koud”. Hoe komt dat? Alles om ons heen trilt en botst tegen elkaar, ook de rubberdeeltjes in de ballon. Daar de ballon uit te trekken. Komen de rubberdeeltjes strak tegen elkaar te liggen. Ze kunnen nu niet meer goed bewegen. De bewegingsenergie wordt nu omgezet in warmte.

120px-GHS-pictogram-exclam.svg 120px-Hazard_X.svg 150px-Hazard_F.svgVoordat we met de volgende proefjes kunnen starten laat ik zien waar me mee gaan werken. Op de pot soda staat een waarschuwingsteken en de tekst: “Veroorzaakt ernstige oogirritatie. Buiten bereik van kinderen houden.” Op de pot van het citroenzuur, de brandspiritus en de aceton staan ook waarschuwingstekens en -teksten. Daarom werken we vandaag met een veiligheidsbril op. Er mag niet meer gegeten en gdronken en na afloop moeten de handen moeten wassen.

SAMSUNGDe kinderen krijgen een thermometer. “Wat zit er in de thermometer?” Er zit alcohol met een rode kleurstof in. Eerst meten de onderzoekers de temperatuur in het lokaal. En daarna meten ze hoe warm hun hand is. Waar moet je die thermometer vast houden? Onder aan bij de punt blijkt het goed te werken. “Hij gaat omhoog? Hoe kan dat?”  De rode alcohol in het puntje wordt warm. De alcohol zet daardoor uit en stijgt in het kleine buisje in de thermometer, Wanneer de thermometer in ijs en water wordt gezet, zien ze de temperatuur zakken. “Hij is bijna nul, mag ik nog meer ijs, ik wil naar 10 graden onder nul”. Probeer het maar uit. Er werd steeds meer ijs toegevoegd, maar de temperatuur wil niet lager dan 0 graden. Dat is het smeltpunt van ijs!

koud en warm - thermometer nat makenNu proberen de kinderen wat er gebeurt als je de thermometer nat maakt. Eerst wordt de punt van de thermometer inpakt in keukenpapier en daarna kletsnat gemaakt met water. Als je flink zwaait zie je de temperatuur zakken. Door het zwaaien verdampt het water en daalt de temperatuur. Daarom zweet je ook als je het erg warm hebt. Het zweet verdampt en je krijgt het wat koeler.
koud en warm - gekke dansjes2

De proef wordt herhaald met brandspiritus, “wat stinkt dat erg”, en aceton (nagellakremover). De temperatuur daalt steeds veel verder. Wie geduld heeft met zwaaien kan erg lage temperaturen halen. Eén groepje haalt met de aceton wel 0 graden. De kinderen doen zo de werking van een koelkast na, de koelkast wordt ook koud door het verdampen van een vloeistof. Tijdens het zwaaien worden er leuke ‘dansjes’ bij bedacht.koud en warm - gekke dansjes

Wat zou er gebeuren als je water en spiritus bij elkaar schenkt? Blijft de temperatuur gelijk, gaat die omhoog of omlaag. Vreemd genoeg stijgt de temperatuur. De waterdeeltjes en spiritusdeeltjes gaan dichter op elkaar zitten en daardoor kunnen ze minder goed bewegen. Minder bewegen betekent dat er energie overblijft en dat de temperatuur gaat stijgen.

koud en warm - roeren in ijs en zoutBij de volgende proef wordt een chemische reactie ingezet. In een bekerglas wordt waterstofperoxide gegoten en er wordt wat gist toegevoegd. Na wat roeren gaat het mengsels behoorlijk schuimen. Het schuimt bijna het bekerglas uit. “Bah, wat een vieze geur”, “Nee, dat is juist lekker”, “Dat komt door het gist, dat is ook bij brood”. Goed opgemerkt. Het is niet helemaal hetzelfde, bij het gisten van brood worden suikers omgezet in alcohol en komt er koolzuurgas vrij. Nu zorgt het gist alleen dat de zuurstof in de waterstofperiode vrijkomt. “Dat wordt lekker warm! Even kijken 33 graden”.koud en warm - temperaturen

De tijd is bijna om en de proef met de blender moet nog worden gedaan. In de blender gaan veel ijsblokjes. Op de knop drukken, veel herrie en het ijs wordt stuk geslagen. koud en warm - dat is koud
De stukjes ijs gaan in een bekerglas en er wordt veel keukenzout toegevoegd. Flink roeren en het ijs smelt. “Daarom strooien ze zout in de winter, dan smelt de sneeuw” Het bekerglas voelt koud aan, heel erg koud. De temperatuur zakt tot ver onder het nulpunt. “-6, -10, -13 en verder gaat die niet”. Gelukkig heb ik ook nog twee thermometers die nog verder onder nul kunnen meten. De laagste temperatuur die wordt gehaald is -16 graden Celsius.
Hoe zou dat voelen? Er worden vingers in het ijs gestoken: “Aaaauw, dat doet pijn, zo koud!”

Share Button

Punaise op water

Vandaag beginnen we met een gedachten-experiment: Wat gebeurt er als je een ballon prikt met een satéprikker? “De ballon zegt boem” Ja, dat weet iedereen. Overleg met je buurman/buurvrouw en schrijft op wat er allemaal voor de boem gebeurt.

oppervlaktespanning - wat zou er gebeuren als je een ballon doorprikt 2 oppervlaktespanning - oppervlaktespanning - wat zou er gebeuren als je een ballon doorprikt 3 oppervlaktespanning - wat zou er gebeuren als een je ballon doorprikt 1

Verschillende antwoorden:
* “De prikker maakt het gat dicht en dan duwt de prikker in de lucht. De lucht duwt de ballon kapot”
* “De prikker gaat door het plastic van de ballon. En dan gaat de lucht eruit en dan gaat het met een knal kapot.”
* “De lucht wil eruit, maar dat kan niet, omdat de ruimte kleiner wordt”.
Alle antwoorden zijn goed, wanneer je meer tijd neem er meer over praat, zal het antwoord vollediger worden.

Nu een praktijk onderzoek: Prik met een satéprikker de ballon stuk, maar kijkt goed wat er gebeurt. Je zou verwachten dat de ballon meteen stuk gaat als je met de satéprikker in de ballon prikt, maar dat is niet zo. Dat ballon wordt eerst flink ingedeukt. Pas als het rubber strak gespannen staat, ontstaat er een gaatje, dan scheurt de ballon en hoor je een knal. Een groepje ontdekt dat de ballon niet knalt, waarom niet? Dat kan je lezen bij het proefje: Prik de ballon.

oppervlaktespanning - punaise op water zettenDe leerlingen testen daarna of een punaise drijft of zinkt op water. Wanneer je de punaise in het water laat vallen zinkt de punaise. Probeer nu om een punaise op het water te zetten. Dat is niet echt makkelijk, maar wanneer je heel voorzichtig, zonder stoten een droge punaise op het water zet, blijft die er op “drijven”. Echt drijven is het niet, wanneer je goed kijkt zie je dat er deukje in het water ontstaat. De oppervlaktespanning van het water houdt de punaise tegen. Pas wanneer je de punaise door de oppervlakte duwt, zinkt de punaise.  Eén groepje zet nog een punaise op het water. En wat gebeurt er nu. De punaises gaan naar elkaar toe, Dat is spannend, de andere kinderen komen ook kijken en proberen het ook. “De punaises zijn magnetisch”. Oja, zijn die magnetisch? Hier is iets anders aan de hand. De punaises liggen in een dalletje, omdat het water hier lager is ‘rollen’ ze als knikkers naar elkaar toe.

bootje2De leerlingen knippen een bootje van foam. Het bootje wordt op water gelegd. Wanneer je een druppel zeep in het gaatje achterin druppelt schiet, het bootje met een vaartje vooruit. Waarom? De zeepdeeltjes liggen het liefst op het water. Ze verspreiden zich razendsnel over de oppervlakte (bovenkant) van het water en duwen daarbij het bootje naar de overkant van het dienblad. Het lukt niet bij alle groepjes direct. De zeep moet wel aan achterkant van het bootje gedruppeld worden, als er al zeep zit in het water gaat het niet nogmaals. In de keuken meldt een meisje: “We doen de proef nog een keer, want het is nog niet gelukt. We doen het nu met met koud water, want met warm water werkt het niet.” Heel snel heeft ze opgemerkt wat ze fout deed en hoe ze de proef wel goed gaat uitvoer. De proef lukt nu wel, maar  Ik blijf met de vraag zitten: “Waarom lukt het dan niet met warm water?”

oppervlaktespanning - melk, kleurstof en zeep 0De laatste proef werkt met hetzelfde principe als met het bootje. Op een laagje melk druppelen de leerlingen drie kleuren inkt. Nu druppelen ze een beetje zeepsop in het midden. De zeepdeeltjes verspreiden zich razendsnel over de melk en sleuren hierbij de inkt mee naar buiten mee. “wat gebeurt hier?”, “Dat is vet”, “Moet je kijken”. Hier zien jullie de mooie foto’s. Door op de foto’s te klikken worden ze groter:

oppervlaktespanning - melk, kleurstof en zeep 1oppervlaktespanning - melk, kleurstof en zeep 2 oppervlaktespanning - melk, kleurstof en zeep 10 oppervlaktespanning - melk, kleurstof en zeep 11 oppervlaktespanning - melk, kleurstof en zeep 20 oppervlaktespanning - melk, kleurstof en zeep 22

 

 

 

 

 

 

 

 

Het experiment wordt herhaald met melk die dikker is gemaakt met yoghurt en opnieuw verspreidt de inkt zich over de melk, maar nu langzamer:

oppervlaktespanning - melk, yoghurt kleurstof en zeep 10 oppervlaktespanning - melk, yoghurt kleurstof en zeep 11oppervlaktespanning - melk, yoghurt kleurstof en zeep 22 oppervlaktespanning - melk, yoghurt, kleurstof en zeep 1 oppervlaktespanning - melk, yoghurt, kleurstof en zeep 2 oppervlaktespanning - melk, yoghurt, kleurstof en zeep 20oppervlaktespanning - melk, yoghurt kleurstof en zeep 21 oppervlaktespanning - melk, yoghurt, kleurstof en zeep 22  

Share Button

Statische elektriciteit

Gisteren zijn de leerlingen begonnen met een gezamenlijk klassikale proef. De beschrijving van deze proef: Vliegend papier door één van de kinderen:

snippersballon“1. Je Blaast een ballon op
2. Je knipt een stukje papier in kleine stukjes
3. Dan wrijf je de ballon over je haar
4. Je houdt de ballon boven de snippers”

Wat zagen de kinderen gebeuren en hoe zou dat komen:
“Je haar gaat echt heel raar doen. Het papier is een magneet, daarom plakt het aan elkaar (aan de ballon).”
“Als je de ballon boven de papiertjes doet, dan gaan ze aan de ballon (plakken), omdat het statisch is.”
“Ik zie, als je een ballon over je haar (wrijft), snippertjes omhoog gaan.”
Deze jongen wilde het liever niet voorlezen, omdat  hij aanvoelde dat zijn conclusie niet klopt: “De ballon is statisch. Het lijkt net een magneet.”

Aanvoelen dat je conclusie niet klopt geeft aan dat je kritisch bent naar jezelf. Een prima startpunt voor verder onderzoek. Als je met de ballon over je haar wrijft dan wordt Je haar statisch en ook de ballon wordt dan statisch. Bij de gene die niet te lang en droog haar heeft gaan de haren rechtop en uit elkaar staan. De haren stoten elkaar af. Ook zie je dat de stukjes papier naar de ballon worden getrokken. Wie goed kijkt ziet ook weer dat er later stukjes papier bij de ballon wegvliegen. 

De effecten doen denken aan een magneet, maar zoals we al eerder hebben gezien:  rubber, papier en haren zijn niet magnetisch.  (Volgende keer ook een magneet meenemen.)

wrijvenaluminiumIn de volgende proef wordt onderzocht wat je opmerkt wanneer een aluminiumbuis, een houten stok en een PVC-buis opwrijft met wol.
“Het aluminium wordt warm”, “De aluminiumbuis wordt heet”, “Met de houtenstok gebeurt niets”, “De plasticbuis wordt statisch en de anderen niet”. Door het wrijven ontstaat altijd warmte. Bij het aluminium is dat het beste te merken.” De plasticbuis wordt inderdaad statisch geladen en de andere buizen niet. Blijkbaar ontstaat statisch lading niet bij alle materialen.

IMG_8748Bij de derde proef worden rietjes met een stukje vilt (ook wol) opgewreven en naast elkaar gelegd. De rietjes rollen nu uit elkaar. Wanneer je een reageerbuis (glas) op wrijft met plastic en naast een rietje legt, dan rolt het glazen buisje en het plastic rietje naar elkaar toe. Twee opgewreven glazen buisje rollen uit elkaar. Dit lijkt weer op magnetisch, daar stoten 2 dezelfde polen elkaar af en trekken 2 dezelfde polen elkaar weer aan. Blijkbaar bestaan er dan ook 2 soorten statische ladingen. Hierop gaan we de volgende keer verder.

schokjeBij de laatste proef wordt een stuk piepschuim opgewreven met een wollen sok. De statische lading die op het piepschuim zit, wordt nu verzameld met een geïsoleerd stuk aluminium. Wanneer je vinger bij het aluminium houdt, dan voel je een elektrisch schokje, je kunt vonken horen en zien overschieten. De statisch lading blijkt dus elektriciteit te zijn!

Volgende week gaan we verder met statische elektriciteit.

Proefje Bliksemballon

Het proefje bliksemballon heb ik zelf nog nooit gedaan.
Wie kan dit uitproberen: Bliksemballon op www.proefjes.nl

Share Button

vervolg Kastanjes onderzoeken

lab-journalenGisteren zijn de jonge onderzoekers verder gegaan met het onderzoek naar kastanjes. Er waren maar 5 kinderen, maar toch had ik geen tijd om foto’s te maken. Aan het eind van het project ben ik het gewoon vergeten. Aan het begin van het uur heb ik boekjes uitgedeeld. Het werd meteen begrepen: “Het is een dagboek”, ” Je kunt er proefjes in op te schrijven” en “het is een logboek, vroeger schreef een piratenkapitein daar alles in op”. Alle antwoorden zijn goed. Het wordt een labjournaal. Daar schrijf je in op wat je doet en wat je ziet gebeuren (Net zoals de piratenkapitein vroeger en alle kapiteins nu).

Vorige week hadden de jongens en meisjes al een extract gemaakt van de puntige kastanje en een extract van de ronde kastanje. Vandaag werden de extracten eerst gemengd met azijn en daarna met baksoda. En hoewel de labjournalen nog lang niet volledig waren ingevuld, heb ik van alle verslagen een redelijk goed journaal kunnen samenstellen.

  • Baksoda koop je bij de toko of de Jumbo“Het extract van de puntige kastanje werd wit met azijn en licht geelachtig met baksoda.” Prima opgemerkt en opgeschreven, dit was mijzelf nog niet opgevallen!
  • “Met azijn wordt het extract van de ronde kastanje wit en met baksoda wordt het geel.” In de ronde kastanje zit een gele kleurstof die je alleen ziet met baksoda.

Bij de derde proef werd de schuimkracht getest van de extracten. De extracten werden hiervoor gemengd met baksoda en azijn:

  • “Alles ging schuimen en dat was cool. Eentje schuimde enorm en de andere helemaal niet.” Inderdaad de ronde kastanje bevat saponine, een soort zeep. Er ontstaat dan ook een stevig schuim, wat lang blijft staan. 

journaal 30 oktober 2014 Hierna trekken de onderzoekers een conclusie:

  • “De ronde kastanje wordt geel en de puntige kastanje niet. De puntige kastanje is de tamme kastanje.”
  • “De ronde kastanje is de paardenkastanje.”
  • “We moesten kijken welke kastanje je kon eten en de puntige kan je eten”.

lg_171[1]In de middeleeuwen maakten mensen zwarte inkt van tamme kastanjes door er ijzerzout en arabische gom aan toe te voegen. In een extract van de tamme kastanje zit ook veel Tannine. Samen met ijzerzout vormt het een zwarte vloeistof. We testen nu onze extracten door er ook ijzerzout aan toe te voegen.

Niet bij iedereen wordt het extract van de tamme kastanje even zwart. Wie het warmste water heeft gebruikt om het extract te maken krijgt de donkerste kleur. (Tannines losse schijnbaar slecht op in koud water en goed in heet water).

In thee zit TannineTenslotte konden de leerlingen onderzoeken in welke theesoorten geen of weinig Tannine zit. Iedere groep mocht 4 soorten thee uitzoeken en hiervan theezetten met heet water. Nadat de thee klaar was werd er ijzerzout bij gedruppeld. Hun bevindingen:

  • geen Tannine in “Ginger lemon”
  • weinig Tannine in “Bloemen van Jasmijn”
  • een beetje Tannine in “Kamillethee”
  • veel Tannine in “Pickwick Earl Grey, Jasmijnthee, Detoxthee van Jocob Hooy en Groene Thee”.

De laatste vijf minuten hebben de kinderen zelf een  proefje verzonnen.

Volgende week krijgen we extra hulp van Nel Velhorst.

Share Button

Groene en gele bladeren

eekhoorn zoekt een wintervoorraadHet is herfst en wat gebeurt er in de herfst? “Het regent veel”, “De bladeren vallen van de bomen”, “De bomen vallen om”, “Er vallen beukennootjes, eikels en kastanjes van de bomen”, “Er zijn veel eekhoorntjes”. Om met de eekhoorntjes te beginnen: je ziet wel veel meer eekhoorntjes, maar zijn er ook veel meer eekhoorntjes? Waarschijnlijk niet. In de herfst kan je ze makkelijker zien, omdat de bladeren van de bomen vallen, maar de eekhoorntjes hebben het heel druk met het verzamelen van een wintervoorraad. Inderdaad “Net zoals Knabbel en Babbel”.

er staan moeilijk worden in de tekstbladkleuren splitsen met spiritusOnze eerst proef gaat over de bladeren die geel worden in de herfst. De kinderen stampen in een reageerbuis spinaziebladeren tot prut. Reageerbuisjes blijken bij sommige kinderen zeer breekbaar te zijn. Door de reageerbuis warm te maken en alcohol toe te voegen ontstaat een groene vloeistof. spiritus stinktPapier in een laagje spiritusDe groene vloeistof smeren de kinderen op aquarelpapier. Het papier wordt dubbel gevouwen en in een laagje spiritus gezet. Nu moeten de kinderen geduld hebben, want je ziet nog niets gebeuren.

Bij de tweede proef gaan de kinderen uitzoeken welke kastanjes je veilig kan eten. Er zijn twee soorten kastanjes:

PAARDENKASTANJE
Deze kastanje is erg vies en licht giftig. Niet proeven dus! Deze kastanje bevat veel Aesculine, Saponine en kleurstof. De kastanje smaakt vies, want Aesculine en Saponine zijn erg bitter. Saponine is een soort zeep. Saponine beschermt de kastanje tegen vraat door insecten en tegen bederf door bacteriën en schimmels.
De kleurstof is kleurloos met azijn. De kleur is wel te zien met baksoda.

TAMME KASTANJE
Deze kastanjes kan je rauw, gekookt of gepoft eten. De kastanje smaakt soms stroef (net zoals oude sterke thee). Dit komt doordat de kastanje veel tannine bevat. Ook tannine beschermt de kastanje tegen vraat door insecten en tegen bederf door bacteriën. Van tannine werd in de middeleeuwen een paarszwarte inkt gemaakt.

De kastanjes hebben een andere vorm. De ene is rond en de ander heeft een puntje met strepen. Gelukkige weten sommige kinderen al welke je kan eten: “Deze ronde kan je eten, vorige week hebben we die nog gegeten”, “Deze met het puntje kan je eten”. Wie heeft er nu gelijk?

De kinderen gaan met chemie onderzoeken welke kastanjes je kunt eten. De kastanjes moeten eerst geschud worden met water, maar eerst moet de kastanje doormidden gesneden worden en daarna met een hamer in stukjes worden geslagen. Het snijden gaat niet makkelijk, het slaan is erg leuk.

Wat zie je als je de flesjes schudt? “Niets”, roepen de meeste kinderen, maar bij navragen blijkt er toch wat te zien: “Het water wordt grijs” “Het wordt grijs” en “het andere flesje gaat schuimen.” Waarom schuimt het ene flesje wel en de andere niet. Dat gaan we de volgende week testen, want de tijd is helaas weer om.

kastanje doormidden snijden kastanje stukslaan met hamer kastanje-extract maken

 

 

 

 

Tenslotte worden de papieren stroken uit de spiritus gehaald. “Wat stink dat” De spiritus is in het papier opgezogen en met een föhn wordt het papier droog geblazen. Op het papier zie je dat kleuren in het blad uit elkaar zijn getrokken. Bovenaan zie je een gele kleur en daaronder een groene kleur. In de herfst halen de bomen het groen uit de bladeren. Deze wordt opgeslagen in de schors, die is straks weer nodig in de lente. De gele kleur blijft in de bladeren over en daarom worden bladeren geel in de herfst.
Chromatogram van spinazie

Share Button

Luchtdrukschieter

Wat zit er in een glas?Wat zit er in dit glas? Alle kinderen riepen meteen lucht! Ze begrepen meteen de context van de vraag. Bij het Proefjesproject gaat het om andere zaken, dan thuis. Vandaag is het project luchtdruk.

Flesje met water omkerenBij de eerste proef vulden de kinderen een flesje met water. Een stukje foam of karton erop en vasthouden. Nu het flesje omdraaien. Laat het foam nu los en als het goed ging viel het stukje foam er niet af. Maar hoe komt dat nu? “De zwaartekracht duwt het hoog.” Vallen dingen omhoog? “Nee, dat kan niet”. “Door het vacuüm, door het lucht in het flesje.”
Door de lucht in of buiten het flesje? “Ja, ik weet het! De lucht duwt van onderen tegen het foam aan. Daarom kan het er niet af!”

Munt op de flesDe tweede proef, een voorbereiding op de derde proef, Op flesje leg je een natgemaakte euro. De munt is nat, zodat de fles goed wordt afgesloten. Warm de fles op met je handen en kijk naar de munt (niet naar buiten of naar de andere kinderen). Je moet even geduld hebben, maar dan gebeurt er wat. De munt springt een beetje omhoog en nog een keer. Hoe komt dit nu? “We drukken de fles samen, dan moet de lucht eruit!” Ah, deze verklaring is nieuw voor mij. Zou je zo sterk kunnen zijn dat je glas kan samendrukken? Helaas, daar is glas te sterk voor. Opzoek naar een andere verklaring. “Door je handen wordt de lucht warm en warme lucht wil omhoog”. Ja dat klopt, maar daarom gaat de munt niet bewegen. De lucht zet uit en past dan niet meer in de fles. Daarom gaat de munt omhoog.

Kaarsje onder een glasBij de derde proef wordt een  kaarsje op een bord gezet. In het bord staat een laagje water, De kaars wordt met een lucifer aangestoken en een hoogglas wordt omgekeerd over het kaarsje gezet. “Moet je kijken!” “Dit is leuk.” Het kaarsje gaat uit en het water gaat omhoog. Hoe kan dit? Dit is best complex en iedereen heeft een beetje gelijk.
Het kaarsje gaat uit, omdat het alle zuurstof in het glas verbruikt. Vaak lees je dit als reden waarom het water omhoog gaat, maar dat is niet te reden. “Het vuur maakt lucht.” Ja, dat klopt, bij verbranding ontstaat een gas, koolzuurgas. Er wordt net zoveel koolzuurgas bij als er zuurstof wordt gebruikt. Er blijft dus net zoveel ‘lucht’in het glas.
Houd je hand eens boven een brandende kaars. Wat voel je dan? “Dat is warm, heet, Ja, de lucht wordt warm”. Ja, dat klopt, maar waarom gaat het water pas omhoog als het kaarsje uit is? “Eerst wordt de lucht warm, die zet uit. Als het kaarsje uit is, koelt de lucht weer af.” De lucht krimpt nu. Er is nu te weinig lucht in het glas, De lucht buiten het glas duwt het water in het glas.

Bij de laatste proef hebben de kinderen 2 spekkies in reepjes geknipt en in een fles gedaan. Met een vacuümpomp (winesaver) pompen ze de lucht uit de fles. Wat gebeurt er nu met de spekkies?

Luchtdrukaardappelschieteren ook niet op het beeldscherm richten!Tenslotte maken de kinderen van twee pvc-buizen en aardappels een luchtdrukaardappelschieter. Hiermee kan je de lucht samenpersen en stukjes aardappel wegschieten, maar niet op mensen, dieren of ramen richten en schieten!

 

Share Button