Categorie archief: O.B.S. Aldoende

Aldoende, een knallend eind

wp-P1040182In overleg met de kinderen van het Proefjesproject op de B.S.O. Aldoende hebben we gekozen om op de eindpresentatie raketten te lanceren. Bij het voorlaatste project hebben de kinderen eerst een raketje gemaakt van een twee rietjes. Door in dunne rietje te blazen wordt het raketje, van het dikke rietje, gelanceerd.
wp-P1040179Bij de eerste test blijken de raketten nogal te gieren (naar rechts of links vliegen) “Het komt door de wind” en te stampen (naar beneden of boven te gaan). Hoe kan je er voor zorgen dat de raketjes recht vliegen? “…?” Wie kan mij vertellen hoe een pijl (van pijl en boog) eruit ziet? Eerst wordt de boog uitvoering beschreven, maar hoe ziet een pijl er uit?  “Er zit een punt aan“, “Er zitten van haartjes, veertjes aan“. Probeer je raketje zo te veranderen dat die meer op een pijl gaat lijken en test hem steeds.

wp-P1040181De kinderen gaan aan de slag met papier, plakband en lijm. Ze maken een paar vleugeltjes aan vast. Met meeste kinderen weten daar wel raad mee. Wie het raketje snel weer test, ziet of de raket wel vooruit vliegt. Met twee vleugels vliegt de raket recht vooruit, maar sommigen raketten gaan nu rollen (draaien om zijn as). “Er moet nog een staart bij, net zoals bij een vliegtuig“. En dat blijkt goed te werken. Bij een ander kind maakt het raketje een looping naar boven “Dit werkt niet meester, de vleugels zitten te veel naar voren” De oplossing is al door het meisje zelf gegeven. Andere kinderen zitten heel lang te knutselen, Als de tijd bijna om is, moeten ze hem nog snel testen. Werkt het raketje nog wel goed?

wp-P1040180Na de oefening met de kleine raket beginnen de kinderen met het maken van een grote raket. Dit is een geheim project en ouders mogen niet binnen komen of door raampjes gluren. De raketten worden getest en verbeterd. De raketten vallen snel uit de lucht. Er moet een zware punt aangemaakt worden. Namen erop en volgende week worden ze gelanceerd.

wp-20151202_142654Het spannende moment is gekomen. Vandaag worden de raketten gelanceerd. Over een half uur komen de ouders en er moet veel gedaan worden. De raketten worden mooi tentoongesteld en de lancering moet worden geoefend en er moet een theateropstelling gemaakt worden voor de presentatie. De raketten worden straks gelanceerd met grote
sambalsausbakjes. Ze worden gevuld met 20 ml water, een bruistablet erin en de deksels erop. Nu wachten, maar geen knal. Hoe kan dit nu? Hoe moet dat nu straks?
wp-20151202_144954De ouders komen binnen en we gaan beginnen met de presentatie. Voor de lancering worden door alle kinderen nog twee proefjes uitgevoerd. Als eerste laten ze blikjes dansen. Het blikje staat in een plasje water en onder het blikje staat  een bakje met water en een bruistablet. Wie weet hoe het komt? “Door de bruistablet ontstaat veel gas. Het gas wp-20151202_145256wil weg onder het blikje en dat kan alleen door het blikje op te tillen. Daardoor gaat het blikje bewegen“.
In een bruistablet zit citroenzuur en baksoda. Dat doen de kinderen in een ballon. “We maken dus zelf een bruistablet” De ballon wordt op een flesje gezet. Het flesje is half gevuld met water. Wanneer het mengsel in de ballon in het water wordt gestrooid worden de ballonnen, onder baasde blikken en gejuich, vanzelf opgeblazen.

wp-20151202_150650De tafels worden afgeruimd en droog gemaakt. Nu komt het spannendste moment. Maar eerst krijgen alle kinderen een persoonlijk certificaat, een applaus en een proevenwaaier met 10 proefjes van expedition chemistry.

Nu is het zover. De eerste 4 raketten zullen worden gelanceerd. Gaat het lukken? Het schiet me op het laatste moment te binnen: “de bakjes moeten niet helemaal vol met water, er moet minder water in”. We vullen de bakjes nu met 15 ml water, zeg ik tegen de kinderen. Zal het nu wel lukken? De bruistablet gaat erin. De deksel erop. Bakje omdraaien en raket erop. En nu wachten. wp-20151202_150517En plotseling… Knal! De raket schiet de lucht in. Ouders en kinderen juichen. Ja ze doen het! En dan weer: Knal en daar gaat ook de derde raket. De vierde gaat niet. Het bakje heeft lekkage en de vloeistof vloeit eruit. Die gaat in de herkansing bij de volgende ronde. Alle raketten worden gelanceerd. Bij de laatste lancering scheurt de raket helemaal open.

Tenslotte wordt Alice bedankt voor de assistentie die ze heeft verleend bij de projecten. Ze krijgt een warm applaus en een presentje. En dan worden er vele handen geschud. En bedankjes uitgewisseld.
He, jammer de 10 projecten zijn alweer voorbij.

Share Button

Deze banketstaaf is de lekkerste

Op verzoek van Sinterklaas onderzoeken de kinderen 3 verschillende soorten banketstaven. Het spijs van de banketstaven wordt normaal gemaakt van amandelen, maar je kunt het spijs ook maken van bonen en een smaakje. We starten het project eerst met een heus proefpanel. Ik leg uit dat je geld kan verdienen met het proeven van eten. “Echt waar?” Wie een goede smaak heeft kan dat doen. Tijdens het project zijn er een paar kinderen die gevoel voor smaak hebben: “Deze smaakt bitter“, “te zoet“, “korrelig en smeuïg“. Enkele andere kinderen geven de banketstaven: “Allemaal een 10“. Tussen de de banketstaven door eet iedereen een stukje cracker en drinkt een slokje water om de smaak van de vorige banketstaaf te neutraliseren.

wpP1040175Er zijn 3 banketstaven:

  1. De “Beste Bakker” van Dirk”.
  2. De Jumbo verkoopt meerdere soorten banketstaven; we testen de goedkoopste van de Jumbo.
  3. Van Albert Heijn testen we de duurste banketstaaf, dezelfde als vorige jaar.
    wp20151118_143454 wp20151118_143350
    Alle cijfers worden op een groot vel geschreven, opgeteld en gedeeld. En hieronder staan de gemiddelde cijfers die de kinderen gaven:
Supermarkt Dirk Jumbo Albert Heijn
Prijs € 1,79 € 1,49 € 2,29
Gewicht 250 gram 250 gram 250 gram
Cijfer Volta 7,8 6,1 9,3
Cijfer Aldoende 8,3 5,8 9,0
Cijfer Zuidpool 6,8 6,4 4,6
Cijfer Rijk Kramer 5,2 7,0 7,6
Cijfer gemiddeld 6,9 6,1 7,3

amandel                        wittebonen druppel

De groepjes zoeken uit welke banketstaven met amandelen zijn gemaakt en welke met bonen. Dat doen ze met jodium (betadine). Met een hamer wordt een witte amandel stukgeslagen en daarna wordt er jodium op gedruppeld. De amandel kleurt een beetje geel. Hierna moet de witte boon worden platgedrukt: “Moet ik dat met mijn vinger doen?” “Bah, wat vies“. Daarna gaat er jodium bij de boon: “Getsie, dat wordt zwart”.
wpP1040164Op het spijs van de 3 stukjes banketspijs druppelen de kinderen wat jodium. “Deze (van Dirk) is echt!”  “Deze (van de Jumbo) is hartstikke nep, die wordt helemaal zwart” En de laatste: “Deze (van Albert Heijn) is ook nep“, “Een beetje nep“. Een meisje kan het precies beschrijven: “Alleen ertussen wordt het zwart

Vreemd, vorig jaar was de banketstaaf van Albert Heijn nog helemaal echt met amandelen gemaakt. Dit jaar niet meer. Wat is er veranderd aan het spijs van de banketstaaf? Er is het verdikkingsmiddel E466:  Carboxymethylcellulose aan toegevoegd. “Carboxymethylcellulose,” denk ik: “dat komt me bekend voor. Dat staat bij mij thuis in de kast als behangplaksel.” Ik test het thuis met jodium. Ja, hoor Carboxymethylcellulose kleurt met jodium ook paarszwart. Daarom kleuren de amandelen in het spijs niet, maar ertussen e466 dus wel.  

Op de banketstaaf van de Jumbo wordt e-nummer E412 Guarpitmeel vermeld en de banketstaaf van Dirk bevat geen e-nummer. 

wpP1040177wpP1040178wpP1040161wp20151118_140847
Na deze banketstaattest hebben de teams nog uitgezocht waarom de pepernoten groot worden in de oven. Meel met water, “Er gebeurt niets“, “Dit is gewoon een beslagje“. Door aan het meel een beetje baksoda en citroenzuur toe te voegen gaat het deeg borrelen. Hierdoor ontstaat een luchtig beslag voor bijvoorbeeld: cake, brownies of …. pepernoten.

Bij het laatste proefje houden de kinderen een glasplaatje in het vlammetje van een kaarsje. “Het glas wordt helemaal zwart“. Na 2 minuten wapperen, het glas is heet, kan je je vinger zwart maken in het roet en je neus er mee zwart schminken. “Moet dat echt“, “Ha, ha, zie jij er mal uit“, “Waar is er een spiegel?
wp20151118_151653wp20151118_151546wpP1040168wpP1040167
Aan het einde van het uur is er voor elk kind een zakje om pepernoten mee te bakken. “Zijn dit echte speculaas kruiden?” Ja. “Gelukkig, want mijn moeder heeft alleen Koek en speculaaskruiden“.

Share Button

De aarde is één grote magneet

wp-P1040152Wie kan iets vertellen over magneten? “Magneten trekken elkaar aan”, “Magneten kleven aan metaal”. Aan al het metaal? “Nee, alleen aan ijzer” “De aarde is één grote magneet, Zwaartekracht lijkt op een magneet“, Ja, het zijn allebei natuurkrachten. “Een magneet heeft een plus en een min kant“, Ja, magneten hebben 2 polen, we noemen die noordpool en zuidpool. “Magneten stoten elkaar af“. “De aarde heeft een magnetisch veld“, wp-P1040147Een kompas is ook een magneet“. “Op een koelkast kan je magneetplaatjes plakken“, “Met hele grote magneten kan je zware spullen optillen“. De kinderen weten al veel van magneten. Aan de hand van wereldbol en een kompas laat ik zien dat een kompas altijd naar het noorden wijst met de rode kant van naald. De witte kant kan van de naald wijst altijd naar het zuiden. Het werkt echt met de kleine wereldbol. Hoe dat kan? Ik heb in de wereld bol een magneet geplaatst. “Meester kunnen we de wereldbol verstoppen en dan opzoeken met een kompas. Dat is een leuk idee, maar ik ben bang dat het niet werkt. Het aardmagnetisme is veel sterker dan de magneet in de bol.

wp-IMG-20151112-WA0003De kinderen onderzoeken een bakje met diverse materialen. Ze ontdekken dat alleen spullen van ijzer door een magneet wordt aangetrokken. Er zit ook geld tussen. Alleen als er ijzer aain het muntstuk zit wordt die aangetrokken door de magneet. De 1 euromunt wordt door verschillende kinderen in de groepen van wel magnetisch of niet magnetisch ingedeeld. Eén groep legt de euro tussen de verschillende groepjes in. “Deze euro is een beetje magnetisch“. In een 1 euromunt zit nikkel. Dat is een beetje magnetisch.

wp-P1040155Bij de volgende proef onderzoeken de kinderen de aantrekkingskracht en afstotingskracht tussen 2 magneten. Voor het ene kind al heel gewoon, voor andere kinderen verrassend nieuw. Als je magneten slim neerlegt, dan blijft de ene magneet schuin omhoog zweven, totdat je die stoot. “Ja, het is gelukt!” “Meester, maak er  gauw een foto van!

wp-P1040148De kinderen vouwen een bakje van papier. Veel kinderen kunnen dat zo uit de losse pols en anders kijk je (heel slim) even bij de kinderen naast je. Onder het bakje wordt de magneet gelegd en daarna strooien de kinderen IJzervijlsel over het papier. Wie er oog voor heeft, ziet een mooi patroon in het ijzervijlsel ontstaan. De magneet is duidelijk te herkennen, aan de polen (uiteinde) zit veel ijzervijlsel  ontstaat een mooi. Je ziet gekromde lijnen ijzervijlsel lopen lopen tussen de beide polen in. Zo wordt het magnetisch veld zichtbaar. De magneet door het ijzervijlsel halen is natuurlijk veel spannender.

wp-P1040140Hierna onderzoeken de kinderen hoe een magneet door  de aarde altijd draait naar het noorden. Dat een kompas altijd naar het noorden wijst dat weet iedereen, maar dat een zware magneet dat ook doet is toch wel verrassend.

wp-IMG-20151112-WA0000Hierna maken de meisjes en de jongens een eigen kompas. Eerst tekenen ze een ronde windroos op een stukje foam en knippen deze netjes uit. Daarna wordt een magneet 20 maal langs een naald gestreken. Alle ijzerdeeltjes worden zo één kant op gericht. De naald wordt nu magnetisch. De naald moet door het foam worden gestoken. “Hoe moet dat?” Het blijkt het moeilijkste deel van de opdracht. Tenslotte wordt een bord bijna helemaal gevuld met water en de zelfgemaakte kompas wordt op het water gelegd. De kompas draait naar het noorden. “Mijn kompas werkt niet goed” en bij enkele naar het zuiden. Wat moet je daar nu aan doen?

wp-P1040158Als laatste gaan sommige kinderen ijzer delven uit een woestijn in Namibië. De eerste oplossing is makkelijk. Je houdt de magneet in het zand en het ijzer blijft er aan kleven. Het ijzer van de magneet halen gaat echter wel weer moeilijk. Is daar geen eenvoudige oplossing voor?

 

wp-P1040153Als laatste wil ik nog vermelden dat 2 meisje op eigen initiatief het gehele project vastgelegd hebben in een prachtig labverslag.

 

Share Button

Hoe stijgt water in een boom?

wp20151104_144157Wat gebeurt er met de bladeren in de herfst? “Ze vallen naar beneden“, “Ze worden geel…“, “rood“, “bruin” en “roze“. Vallen de bomen eerst van de boom of verkleuren ze eerst? “Dat weet ik niet”, “Ze verkleuren eerst en daarna vallen ze op de grond”.

wp20151104_144207De onderzoeksvraag van deze week is: Waarom worden bladeren geel in de herfst? “Ik weet het! In de winter bevriest het water, dan krijgt de boom geen water, aan het steeltje van het blad groeit een stukje hout (kurk) en dan valt het blad af”, “In het blad zit een soort groene vloeistof en de boom haalt dat dan naar de stam toe” Er waar komt de gele kleur dan vandaan? “Dat zit al in het blad“. Ok, dat gaan we onderzoeken vandaag.

wpP1040104Bij de eerste proef werken de kinderen met bio-ethanol. Bio betekent dat het van planten is gemaakt. Ethanol is een andere naam voor alcohol, zo noem je alcohol in een laboratorium; het is de chemische naam. Op de fles staan waarschuwingstekens. Die bespreken we eerst. We kinderen weten zo waarom we veiligheidsbrillen en handschoenen moeten dragen.

wp20151104_144147Eerst worden de klimopblaadjes in stukjes geknipt. In de een vijzel wordt het blad fijn gemalen met zand en met wat alcohol erbij. Het fijnmalen gaat moeilijk. Je moet er veel kracht bij zetten. Na tijdje zie je een groene vloeistof in de vijzel. De groene vloeistof  wordt op een strook tekenpapier gesmeerd. De strook wordt in een laagje alcohol gehangen. Nu moet er gewacht worden.

wpP1040106Voor de volgende proef hebben de kinderen 2 glazen nodig. In het ene glas wordt een blauwe kleurstof gedruppeld. Dat ziet er mooi uit. De glazen worden naast elkaar gezet. Een stuk keukenpapier wordt opgevouwen tot een lange strook en in de beide bekerglazen gehangen. “Kijk, het blauw wordt opgezogen“, “het gaat helemaal naar het andere glas“. Ook bij deze proef moet er  gewacht worden.

wpP1040119Voor de laatste proef hebben de kids de inkt nodig uit een markeerstift. Hoe krijg je de inkt het snelste eruit? “Mag die echt stukgeslagen worden?” In de stift zit een vulling. Met een pincet wordt de vulling eruit gehaald. Bij de eerste groep moeten de kinderen de vulling openknippen. Toen ik dat thuis uitprobeerde ging dat heel goed, maar vandaag is dat niet te doen. Deze scharen zijn blijkbaar minder scherp. Toch lukt het de kinderen om de inkt uit de vulling te krijgen. wpP1040116Op de andere dagen laten we het knippen achterwegen en drukken de meisjes en jongens de inkt er uit met 2 pincetten. Water erbij gieten en zo ontstaat een mooie fluoriserende vloeistof.
2  glasplaatjes worden nu op elkaar gelegd en 2 elastiekjes gaan er omheen. Aan de zijkant moet tussen de glasplaatjes een lucifer zonder kop worden gezet. “Meester, hoe breek je de kop eraf”  wpP1040125Sommige kinderen lossen dit probleem op door er een schaar bij te pakken. Als de glasplaatjes klaar zijn wordt deze in de vloeistof gezet. Verschillende reacties hoor ik: “Hoe kan dat?“, “Er gebeurt niets“, “Het water gaat vanzelf omhoog“. Daar waar de glasplaatjes ver uit elkaar staan, blijft het water laag zitten, maar als de glasplaatjes dichter bij elkaar komen stijgt het water steeds verder omhoog. wp20151104_151359Waar de glasplaatjes elkaar bijna raken, stijg het water helemaal tot boven aan. Dit komt omdat water aan glas blijft plakken. Als de plaatjes dicht tegen elkaar aan zitten is capillaire werking sterker dan de zwaartekracht. In bomen gebeurt hetzelfde in de houtvaten, die zijn heel heel smal en het water kan wel tot 110 meter hoog opstijgen. “In Amerika zijn Sequoia bomen, die worden wel 100 meter“. En ook nog opgemerkt: “Kijk, als ik plaatjes uit het water haal, blijft het water er tussen hangen“,

resultaat3En de andere proeven; “Het blauwe water zit nu in het andere glas” en “Het groen is naar boven gedaan” Het papier heeft de alcohol opgezogen en de kleurstoffen mee naar boven genomen. Sommige kleurstoffen bleven een beetje meer aan het papier plakken, die zijn minder hoog gekomen. De stroken papier worden uit de bak gehaald en droog geföhnd. Bij de meeste kinderen zie je op het strookje boven de groene kleur een gele kleur. Onderaan de strookje zie ook nog een bruine kleur wpP1040125zitten. In de herfst breken bomen de groene kleurstof af tot een kleurloze stof. Deze stof bewaart de boom in de stam tot de lente. In de lente maakt de boom van de opgeslagen  weer bladgroen van. Het geel blijft wel in het blad zitten en daarom worden bladeren in de herfst geel. “En de rode kleuren, waar zijn die?” Die zitten niet in groene bladeren, die worden wel in de herfst aangemaakt. Waarom? Dat moet de wetenschap nog goed uitzoeken.

Share Button

Paardenkastanjes zijn giftig

wp-P1040057Nu in de herfst kan je veel kastanjes vinden. Als je goed zoekt kan je twee soorten kastanjes vinden. Ik heb ze mee genomen. “Tamme kastanjes kan je eten“, “Die zijn lekker in de stamppot“, “Wilde kastanjes kan je niet eten“. Sommige groepen hebben er deze week al op school over gesproken of naar een video van Huisje Boompje Beestje gekeken en weten hoe je de Tamme kastanje kan onderscheiden van de (wilde) Paardenkastanje. Voor andere kinderen is het raden welke kastanje tam is en welke de giftige Paardenkastanje is:

ronde kastanjesDe PAARDENKASTANJE smaakt bitter en is licht giftig voor mensen. Niet proeven dus, je kan er buikpijn van krijgen! Paarden kunnen de kastanjes wel eten. In de kastanje zit een kleurstof. De kleurstof is niet zichtbaar met zuur, maar wel met baksoda. De kastanje bevat ook zeep (Saponine). In de Tweede wereldoorlog zochten mensen de kastanjes om hun kleren mee te wassen. “Waarom zou je in een oorlog je kleren wassen, daar heb je toch geen tijd voor?wp-P1040062In de oorlog wordt niet de hele tijd gevochten en een heleboel mensen vechten ook niet mee. Met schone kleren voel je toch fijner. Veel spullen kan je niet kopen. Ook waspoeder kon je toen niet kopen, dan moet je iets anders verzinnen.
De kastanje maakt stoffen (Saponine, Aesculine) aan die de kastanje beschermen tegen insecten, bacteriën en schimmels. “Dus ik kan mijn handen wassen met kastanjes?”  Ja, dat zou kunnen, maar dan wel goed naspoelen met water.

kastanje met een puntjeDe TAMME KASTANJE kan je rauw, gekookt of gepoft eten. De kastanje smaakt soms stroef (net zoals oude sterke thee). Dit komt doordat de kastanje veel Tannine bevat. Ook Tannine beschermt de kastanje tegen insecten en bacteriën. Van Tannine werd in de middeleeuwen een paarszwarte inkt gemaakt.

wp-P1040052De teams zoeken een puntige kastanje uit. De kinderen slaan de kastanje eerst met een hamer op een slijter doormidden. “Meester het lukt niet Ik leg uit dat je de hamer aan het uiteinde van steel moet vasthouden en goed hoog moet laten vallen. (Tijd voor een project hefbomen of moeten ouders met kinderen thuis samen gaan timmeren?) De witte stukjes kastanje zonder schil wordt in een bekerglas gedaan en daarna wordt er kokend water over heen gegoten. in het labverslag schrijven de kinderen op welke kleur het extract-A heeft. “Ik zie niets gebeuren” Ziet het er hetzelfde uit als water? “Nee, oja het is een beetje wit“, “grijs” of licht rose“.

wp-20151028_143924Hierna maken de kinderen extract-B van de ronde kastanje. “De schil gaat er niet vanaf“. Als het echt niet lukt, dan mag de schil erbij. Het kokende water kan erbij. “Kijk het wordt geel“. “Dit is de giftige kastanje“, maar waarom is geel giftig?  “Het extract van de puntige kastanje ruikt naar pasta en die ander ruikt naar thee“.

wp-P1040053

Met 8 reageerbuisjes, “net zoals een professor“, gaan de kinderen testen doen om te onderzoeken wat de verschillen zijn tussen de kastanjes. De reageerbuizen worden genummerd, zodat de resultaten kunnen worden vastgelegd in het labverslag.

wp-P1040056Eerst worden de kastanje-extracten gemengd met azijn. Aan het begin van het project is uitgelegd hoe je een reageerbuis moeten schudden. Niet met je duim erop, maar door het rond te draaien. Dit heet kwispelen. “Er gebeurt niets“. Kijk eens goed. Beide extracten worden kleurloos met het azijn.

wp-20151028_144147Daarna wordt baksoda opgelost in de kastanje-extracten. Er wordt flink gekwispeld. Beide extracten verkleuren. De ene wordt rose-bruin en de ander geel. Na 3 projecten deze week merkt een jongen op: “er fout zit in het labverslag“. Er zijn twee proeven omgedraaid.

wp-2015-10-26 16.20.27Na de kleurtesten wordt er een zeep-test uitgevoerd. Weer wordt er baksoda opgelost in de extracten. Daarna wordt azijn toegevoegd. “Ho, moet je kijken, alles gaat bruisen“, “het borrelt er helemaal uit“, “dat is vet“. Het is spannend, maar wat is het verschil tussen de 2 extracten? “Bij het deze is het schuim snel weg“. Bij de ander buis “blijft het schuim heel lang staan“. Hoe kan dat? Hoe maak je schuim thuis? “…met zeep… Ja er zit zeep in de kastanje” “Dan moet dit de Paardenkastanje zijn“.

wp-P1040054
De laatste proef is de inkt-test. Aan de extracten worden een paar druppels ijzerzout, ijzer(II)sulfaat, toegevoegd. “Dit is de Tamme kastanje, het wordt helemaal zwart“. Het extract-B kleur niet. Bij sommige wordt extract-B een beetje paars. Bij wie? Ik vraag: Zit er schil van ronde kastanje in je extract? “Ja, die zit er in“. Daar komt het door: in de schil van de ronde kastanje zit Tannine.

wp-P1040059Aan het einde van de testen trekken de kinderen nog de juiste conclusie: “De ronde kastanje is de Paardenkastanje, die is giftig” en “de puntige kastanje is de Tamme kastanje en die kan je eten“.

wp-P1040063

Wie goed heeft samengewerkt en het systeem van testen goed had begrepen had aan het eind nog tijd over. Zij mochten nog zelf proefjes verzinnen of alles bij elkaar gooien. Gelukkig kan het met deze spullen geen kwaad.

Share Button

Zwaartekracht op de wip

Ik laat aan de kinderen een diagram zien van de valproef van vorige week. Ruim 20 groepjes hebben 2 tennisballen, een zware en een lichte bal, 175 keer laten vallen. De kinderen hebben goed gekeken welke bal als eerste de grond raakte. Alle 175 valproeven zijn verzameld en opgeteld:

  • 74 keer vielen de ballen even snel,
  • 64 keer raakte de zware bal de grond het eerst en
  • 37 keer was de lichte bal het snelst  beneden.

20151014_143248-bEen jongen trek de conclusie: “Dus de ballen vallen even snel“. Ja, dat zou je kunnen zeggen, maar waarom zouden die dan niet altijd tegelijk op de grond vallen? “Misschien wordt de ene bal 1 centimeter hoger vastgehouden“,  “De ballen worden niet tegelijk losgelaten…?“, “Het is heel moeilijk te zien of ze te gelijk op de grond komen“, “Ja, je moet een slow motion opname maken“, “met, hoe heet dat ook alweer… ..een high speed camera“. Ja, de proef zou opnieuw en beter uitgevoerd moeten worden, maar vandaag gaan we verder met andere proeven.
(Zie ook Willem Wever: vallen zwaardere dingen sneller?)

20151014_143237-bStraks gaan we met vuur werken, daarom spreken we samen eerst af wat wel en niet mag met vuur. En kids met los lang haar moeten een paardenstaart in. Ik heb felgekleurde haarelastiekjes bij me. Wie lang los haar heeft moet een paardenstaart maken en mag het haarelastiekje houden. Een meisje maakt gauw haar haar los, een aantal jongens met kort haar willen ook wel een paardenstaart (elastiekje).

P1040040-b P1040019-b P1040022-b 20151014_145430-b

B. snelste route-bWe gaan verder met de proef van vorige week: Wat is de snelste route de berg af? De korte rechte weg naar beneden of de lange steile weg naar beneden? Een week geleden hebben enkele kinderen geprobeerd een model te maken met 2 pvc-buizen. Dit bleek niet zo goed te werken. Daarom proberen we het deze week met karton.
In groepjes van 2 of 3 gaan de jongens en meisjes enthousiast aan de slag. Met tape worden de stroken karton aan de rand van de doos geplakt. Dat is nog best moeilijk. De stroken worden ook aan de vloer of tafel geplakt, Zo ontstaat er een rechte korte weg en een lange steile weg. Twee even grote knikkers worden uitgezocht en die kunnen nu van de banen afrollen. Dat is leuk. Sommige kinderen zien het al direct “De steilste lange route is de snelste route“, omdat … “… de knikker krijgt op het steile stuk al heel veel vaart”, Dat haalt de andere knikker nooit meer in. Twee jongens komen zelf op het idee om het te filmen (zie hieronder).

stap-4De tijd gaat snel. De eerste jonge onderzoekers beginnen vlug met de zwaartekrachtwip. Daar heb je  veel spullen, handigheid en inzicht voor nodig. Met een hamer wordt een dikke ijzerdraad in een kurk geslagen. Dat lukt nog wel, maar hoe sla
je het ijzerdraad aan de andere kant erin?
Daarna moet midden door de kurk een opengevouwen paperclip worden geduwd. “Meester het luk niet“. Als duwen niet lukt moet je draaien! Nu gaat het stuk sneller. Met een combinatietang wordt een stuk van de paperclip afgeknipt. Er wordt hard geknepen met de tang, maar er gebeurd niets. Kijk eens goed naar de tang, waar zit het knipgedeelte? “O ja, onderaan.” En met een beetje wrikken gaat het nu wel.
P1040047-b Met een aansteker steken de kinderen een theelichtje aan. Dat is leuk, jammer dat je niet met het vlammetje mag spelen. Het uiteinde van het ijzerdraadje wordt verhit in het vlammetje en daarna kan de kaars erop gestoken worden. Bij de eerste groep gaat dat niet zo goed. Het kaarsvet aan de achterkant breekt steeds af en er zijn veel kaarsjes nodig om de wip af te maken. Voor de andere groepen heb ik tape om de achterkant van de kaarsjes gewikkeld. Het kaarsvet kan zo niet meer afbreken. P1040027-bDe wip wordt met 2 paperclips  op 2 glazen gezet. Als iedereen klaar is en de ouders er zijn. kunnen de kinderen de kaarsjes aansteken. “Meester er gebeurt niets“, maar naar een paar minuten begint de wip te zwaaien. Sommige langzaam en andere heel snel. Hoe kan dat? 20151014_152529-bWeet ik niet.” Wat zie je gebeuren? “Hij gaat heen er weer” “door de zwaartekrach…t?” “Er druppelt kaarsvet af” “Ja, dan gaat die omlaag” Omdat er een druppel kaarsvet van de kaars valt wordt het kaarsje iets lichter dan het andere kaarsje. Het lichte kaarsje gaat omhoog. Nu druppelt er kaarsvet van het andere kaarsje, nu wordt deze weer lichter en zo gaat het maar door.

Share Button

Dat valt snel…

20151007_143031-b“Wat is dit?”, vraag ik de kinderen. “De wereldbol”, “een bal vol lucht”, “een strandbal”. Allemaal goed! Het is ook een model van de wereld. Het is niet de wereld, maar het lijkt erop.
Waar lig Nederland, vraag ik de kinderen? Dat is snel gevonden op de wereldbol. “Hier onder me voeten!” Dat is natuurlijk ook waar.  De meeste kinderen weten Australië ook snel te vinden. Wij wonen hier, we kunnen blijven staan op de Aarde. En de mensen op Australië? “Die blijven ook aan de Aarde plakken, door de zwaartekracht”, “Dat is geen plakken, want je kan wel omhoog springen”, “…maar je valt altijd weer op de Aarde terug”, “… alleen met een hele sterke raket kan je van de Aarde afkomen.” Iedereen weet al wat zwaartekracht is. We starten maar snel met de proeven.

P1040012-b20151007_143634Als eerste onderzoeken de groepjes wat sneller valt: een vel papier of een tennisbal? Dat is makkelijk. “De tennisbal natuurlijk, die is zwaarder”.
De kinderen maken van een vel papier een prop. Wat is zwaarder, een vel papier of een prop papier? De meeste kinderen schrijven op: “Een een prop papier is zwaarder”. Dat had 2015-10-05 16.03.31-bik zelf niet verwacht, daar ga ik bij het volgende project nog even over praten. Een leerling laat het vel papier en de prop tegelijk vallen. De prop is veel sneller beneden. Hoe kan dat?  “De prop is zwaarder”, “Het komt door de vorm”, “De prop is niet plat” , “Het vel papier gaat heen en weer”, “De prop heeft minder luchtweerstand”. De prop weegt even veel als het vel papier, maar omdat die niet plat is, wordt hij minder tegen gehouden door de lucht en valt de prop sneller vallen.

De teams laten een boek en een vel papier vallen. Het boek en het vel papier zijn ongeveer even groot. Toch is het boek sneller op de grond. Leg nu het papier op het boek en laat het vallen. “Meester, hoe kan dit?” Bam, het boek en het vel papier komen tegelijk op de grond.

P1040001-b20151007_145604-bVoor de volgende proef hebben de kinderen 2 tennisballen nodig. De ene tennisbal moet zwaarder worden gemaakt. “Mogen we hem echt open zagen?”, “Laat me vader het maar niet zien.” Na een tijdje zagen hoor ik kinderen roepen: “Bah, het stinkt naar vis”,  Waar komt die vieze lucht vandaan?
P1040006-bP1040015-bIs het de rubberen binnenbal of is komt het van de lijm? Het zagen gaat moeilijk. Met wat hulp lukt het om de tennisbal open te zagen. De kinderen vullen de tennisbal met zand en plakken hem dicht met tape. Eén kind gaat op tafel staan en laat de 2 tennisballen tegelijk vallen. De ander kijkt welke bal het eerst de grond raakt. 20151007_150628-b440px-Galileo-sustermans[1]Het is wel moeilijk te zien”. Het resultaat wordt genoteerd en de proef wordt in totaal 10 keer uitgevoerd. De 175 valresultaten zijn door mij verzameld en volgende week wordt gekeken welke bal het snelst valt. Deze proef is een herhaling van een klassiek experiment dat Galileo Galilei zou hebben uitgevoerd van de scheve toren van Pisa. Heeft hij dit experiment echt uitgevoerd?
B. snelste route-b2015-10-05 16.12.52-bBij het laatste experiment bedenken de kinderen wat de snelste weg de berg af is. “De rode rechte weg, die is het kortst of “De groene steile weg, daar krijg je meer vaart.”  Dan is het tijd. De volgende week gaan de jonge onderzoekers ontdekken wat de snelste weg is.
Ook al benieuwd?


Nieuwe ontdekkingen en vragen van kinderen: Waarom stuitert de tennisbal met zand niet? Waarom stuitert de andere tennisbal wel 4 of 5 keer.
Meer stuiter proefjes en onderzoeken.

 

Share Button

Het glas is leeg! Of toch niet…

wat zit er in het glasVorige week startte ik het project Druk door een glas te tonen en de vraag: Is dit glas leeg of vol? “Helemaal leeg”, daar is iedereen het over eens. Wat gebeurt er als ik het glas in het water houd? “Dan loopt het vol”, “het gaat drijven”, “het gaat scheef hangen”. En als ik het glas verder onder duw? papier onder water“Dan loopt het glas helemaal vol water”, roept iedereen. Ik haal het glas uit het water en draai het om en vraag wat er gebeurt als ik het nu weer onder water dompel. “Dan loopt het glas niet vol.” Maar hoe kan dat? Het glas was toch leeg. “Nee, er zit lucht in het glas.” “Het glas is vol met lucht!” Okee, in het normale leven noemen we het glas leeg, maar als je er anders over denkt dan kan je een leeg glas ook vol noemen. “Maar in de ruimte is het glas wel leeg!”

luchtdruk - fles op zijn kop P1030989-2De kinderen gaan twee aan twee zelf aan de slag. Ze vullen een flesje vol met water. Op de fles doen ze een stukje foam. Ze houden het foam en het flesje vast en keren het om en… of het water valt eruit, of het water blijft in de fles zitten en het foam blijft plakken aan het flesje. Na wat oefenen lukt het bij iedereen. “Hoe kan dat? “Het foam blijft aan het flesje plakken”. Het komt niet door het foam, maar door de lucht om ons heen.  Het gewicht van het water drukt op het foam, maar de lucht duwt veel harder terug.

eten-drinken-verboden[1]Vooraf aan het project vertel ik dat we bij het tweede proefje marshmallows nodig hebben. “Mogen we ze ook opeten?” Helaas mag er tijdens de proefjes niet gegeten en gedronken worden. “Waarom niet?” Om te voorkomen dat je vergist en iets wilt eten of drinken wat wel giftig is. “He, jammer.” Gelukkig is er een oplossing. De kinderen krijgen vooraf al één (halal) marshmallow.

vacuvin-wine-set-7-deligNu de proef: 15 kleine marshmallows gaan in een fles. Vacuümdop op de fles, fles vasthouden en dan pompen de kinderen met een vacuümpomp lucht uit de fles. “Er gebeurt niets.” Kijk eens goed naar je marshmallows . “Ze worden groter.” “Nog meer pompen, dan worden ze nog groter.”  Waarom worder ze groter? P1030991-2De lucht wordt uit de fles gehaald. De druk in de fles wordt nu heel laag. In marshmallows zit veel lucht. De lucht in de marshmallows  probeert nu de ruimte in de fles op te vullen, daarom groeien de marshmallows. En haal je de kurk van de fles… …dan wordt de luchtdruk weer normaal. De marshmallows schrompelen weer helemaal in.

Als laatste gaan we buiten een aardappelenkanon maken. De kinderen krijgen een mondelinge uitleg en gaan daarna meteen aan de slag met meetlint, stift, ijzerzaag en PVC-buizen. Tenslotte wordt er tape aan het uiteinde van de dunne PVC-buis geplakt. Met ze alle gaan we midden op het schoolplein staan. We maken samen afspraken wat je mag doen als je met iets gaat schieten. “Niet op mensen en dieren richten” en ook niet op de ramen. Aan beide kanten van de dikke buis worden aardappelstukjes uitgestoken. De dunne buis wordt een stukje in de dikke buis gestoken en dan met een snelle beweging worden de buizen in elkaar geschoven. De lucht tussen de aardappelstukjes worden samengeperst en met een “Floep”-geluid schiet een stukje aardappel weg. Alle kinderen pakken een schijfje aardappel, laden hun aardappelkanon en daar vliegen de eerste aardappelstukjes door de lucht. De aardappelen gaan hard op. Ik haal nog snel wat aardappelen van bij. Door de ramen zie ik docenten kijken wat hier allemaal gebeurt en ouders die de kinderen komen halen staan ook te glunderen. En na afloop helpen alle kinderen mee om alle stukjes aardappel van het schoolplein op te ruimen.

 

Share Button

Meten: Hoe hoog kan ik springen?

meten2Vandaag zijn we gestart met een nieuwe serie van het Proefjesproject. We stellen ons, juf Alice, meester Geert en de 12 meisjes en jongens, aan elkaar voor. Het thema van vandaag is: Meten.  Ik vraag meisjes en jongens om een kring te maken van groot naar klein. Dat gaat ze prima af.  Twee kinderen zijn ongeveer even groot. Daar pakken we een stok (bezem) bij om te kijken wie groter of kleiner. De kinderen worden op lengte verdeeld groepjes van 2 kinderen.

metenDe vraag van vandaag ontstond toen ik van het weekend op een bank zat onder een boom. Twee meisjes liepen op de boom af. Ze probeerden bladeren van de boom te plukken. Ze reikten heel hoog, maar ze konden er net niet bij. Beide meisjes sprongen zo hoog mogelijk op. Het ene meisje kon de bladeren nu wel plukken, maar het andere meisje lukte het niet. Ik vroeg mij daarbij af: “Hoe hoog kunnen kinderen opspringen en waarom springen sommige kinderen hoger dan andere kinderen?”

Ik vraag het aan de leerlingen. “Ik kan hoog springen“, zegt een lang meisje. “Kleine kinderen springen hoger” omdat… “ze lichter wegen“. “Als je veel sport kan je hoger springen“. Veel ideeën. We zullen het maar eens gaan uitzoeken.

2015-09-29 15.58.15-b2015-09-29 16.03.01-bEerst gaan de leerlingen een vragenlijst invullen met de vragen: Wat is je naam? Hoe oud ben je? wat zijn je sporten? Daarna wegen de ze zich. Om je eigen lengte te meten heb je de hulp nodig van een ander. Als iedereen klaar is willen de kinderen weten hoelang ik ben. Dat moet natuurlijk ook gemeten worden.

vingerafdrukkenNu moeten we proberen te meten hoe hoog je kan opspringen. Hoe doe je dat?  “Je kan springen en dan gauw meten.” of “Je spant een touwtje en dan kan kijk je of je hoger dan het touwtje springt. Dan maak je het touwtje hoger, net zolang je dat net zo hoog springt als het touwtje.”  Maar vandaag proberen we een andere methode. Er wordt een stuk papier op de muur gehangen. Maak je vinger vies met… “aarde” of “naaktslak” … met houtskool. Zet je vinger zo hoog mogelijk op het papier, maar blijf met je voeten op de vloer. Spring nu op en zet je vinger weer op het papier. Door het verschil tussen beide vingerafdrukken te op te meten vind je de spronghoogte. Het vies maken van je vinger(s) vinden de kinderen erg leuk. Sommige kinderen lijken wel lid van De bende van de zwarte hand.

zwartehandNadat iedereen zijn handen heeft gewassen gaan de meisjes en jongens weer in een kring staan. Nu op volgorde van spronghoogte. Dat is best moeilijk, je moet nu aan elkaar vragen hoe hoog je hebt gesprongen. De kring van kinderen loopt in lengte nu niet meer mooi op. Kleine en grote kinderen staan in deze rij flink door elkaar. Spronghoogte en lengte hebben dus weinig met elkaar te maken. Zou het iets te maken hebben met gewicht? Alle kinderen die minder wegen dan 25 kilo mogen gaan zitten. Aan het begin, in het midden en aan het eind van de rij gaan kinderen zitten. Ook gewicht lijkt niet veel met spronghoogte te maken te hebben.
Iedereen mag weer staan. Alle kinderen van 6 jaar gaan zitten. Daarna alle kinderen van 7 jaar zijn. Aan het eind van de rij blijft iedereen staan. Deze kinderen zijn allemaal 8 jaar, ze blijken ook allemaal het hoogst te springen. Als je ouder bent spring je dus ook hoger*. Hoe zou dat komen? “Ouder kinderen zijn misschien sterker“, “Ze hebben meer spieren?“. Ja, dat zou heel goed kunnen. Als je het zeker wilt weten, dan moeten dat nu verder uitgezocht worden.

* Bij de Zuidpool werd er geen sterke relatie gevonden tussen leeftijd en spronghoogte. Hier had  het een beetje met gewicht en leeftijd te maken.

De tijd is om. De kinderen ruimen op en ouders komen hun vrolijke kinderen ophalen.

Share Button